17 noden en inzichten uit Potential Unlocked

door Claire Maréchal en Sofie Iserbyt

Werk tijdens detentieMet Potential Unlocked willen Arteveldehogeschool en iDROPS de afstand tot de arbeidsmarkt voor (ex-)gedetineerden verkleinen. Om een innovatief concept uit te werken voor deze uitdaging, krijgt Potential Unlocked fondsen van ESF.

Hoe zit dat eigenlijk, werk en opleiding tijdens detentie, op zoek gaan naar werk vanuit detentie en werken na detentie?

 

Om te begrijpen wat de noden rond opleiding en tewerkstelling zijn gingen Arteveldehogeschool en iDROPS in gesprek met gedetineerden, (ex-)gedetineerden en organisaties die met hen in contact staan. Hier zijn 17 inzichten uit het vooronderzoek van Potential Unlocked.

Werk en opleiding tijdens detentie

  • Gedetineerden in een arresthuis hebben weinig bandbreedte om bezig te zijn met opleiding en werk. Ze leven vooral toe naar hun straf en ze zijn nog stevig verankerd met buiten. Hun mindset is er niet naar om al te werken rond re-integratie, want ze hebben hun straf nog niet gekregen. In een arresthuis is er dan ook weinig aanbod rond opleiding en werk.
  • Na hun veroordeling hebben gedetineerden meer interesse voor het volgen van opleidingen. Sommige (ex-)gedetineerden volgden opleidingen tijdens detentie, die vooral praktisch georiënteerd zijn. Niet alle bevraagde (ex-)gedetineerden zijn op de hoogte van de opleidingen die je tijdens detentie kan volgen.
  • Hoger opgeleide profielen geven aan dat het niveau van de opleidingen te laag is. Voor hen is er eigenlijk weinig aanbod binnen detentie.
  • Er is best veel interesse in een opleiding bedrijfsbeheer, maar deze opleiding wordt niet meer aangeboden tijdens detentie.
  • Werken tijdens detentie is voor velen een noodzaak. Gedetineerden hebben het geld nodig om producten aan te kopen of om te bellen met partner of kinderen. Je kan werken als fatik, een ander klusje in de gevangenis op jou nemen zoals de keuken of werken voor Cellmade (bv verpakking of montage). Veel (ex-)gedetineerden zijn negatief over de tewerkstelling tijdens detentie.

“Het werk in de gevangenis is moderne slavernij.”

 

Het uurloon is beperkt (minder dan 1€) en het werk weinig uitdagend. Ze geven aan dat de tewerkstelling tijdens detentie idealiter in functie moet staan van tewerkstelling buiten en ervaren op dit moment te weinig kansen tot positieve (werk)ervaringen.

Werk zoeken vanuit detentie

  • Gedetineerden hebben meestal een arbeidscontract nodig om vrij te komen onder voorwaarden. Daardoor zijn ze vaak wanhopig om aan werk te geraken en is werk louter een instrument om buiten te geraken. Ze aanvaarden dan ook gelijk wat, ook jobs die bijvoorbeeld fysiek te zwaar zijn. Met als resultaat een weinig duurzame match tussen werkgever en werknemer.
  • (Ex-)gedetineerden vragen om vlugger te werken rond re-integratie. In het huidige systeem komt alles pas in een stroomversnelling als de datum voor vrijlating in zicht komt. Maar moet re-integratie niet vanaf de start de focus zijn?
  • (Ex-)gedetineerden kaarten aan dat werk zoeken vanuit detentie bijna onmogelijk is, door allerlei praktische beperkingen. E-mail hebben ze niet, werkgevers kunnen hen niet telefonisch bereiken en er zijn veel onzekerheden voor de potentiële werkgever, zoals de datum van indiensttreding.
  • Ex-gedetineerden ervaren bovendien veel onbegrip en wantrouwen van potentiële werkgevers. Het stigma tegenover mensen met een detentieverleden leeft enorm. En ook werkgevers hebben vooroordelen.

“Als je op een sollicitatiegesprek zegt dat je in de gevangenis hebt gezeten, dan zie je de rolluiken in de ogen van de werkgever dichtvallen.”

  • Veel (ex-)gedetineerden hebben beperkte werkervaringen. De werkervaringen die ze hebben zijn ook veelal korte, wisselende tewerkstellingen. Gedetineerden hebben door de combinatie van weinig werkervaring en de heersende vooroordelen erg weinig keuze. Veel jobs vragen een blanco strafregister. In bepaalde sectoren, zoals administratie, is zeer weinig mogelijk. Veel ex-gedetineerden zoeken hun toevlucht in sectoren zoals de bouw, omdat ze het idee hebben dat daar minder vooroordelen leven. Ze betreuren het dat hun jobmogelijkheden beperkt zijn tot fysiek zware jobs.

We kunnen toch niet allemaal de straten gaan plaveien?”

 

  • Gedetineerden die voor detentie zelfstandig waren kunnen niet terug naar hun zelfstandige activiteit, zolang ze onder voorwaarden van de SURB staan. Een job in loondienst is een vorm van controle en brengt structuur. Bij een zelfstandige activiteit is die controle en die structuur er niet. Toch dromen veel (ex-)gedetineerden van een zelfstandige activiteit, net om die muur van vooroordelen te ontlopen.
  • Als ex-gedetineerden toch aan werk raken, krijgen ze vaak het gevoel dat ze uitgebuit worden als goedkope werkkrachten en minder verdienen dan collega’s in dezelfde ploeg.

Werk na detentie

  • Wie vrij raakt onder voorwaarden, ervaart de opvolging vooral als controlerend. Tegelijkertijd ontbreekt het aan praktische ondersteuning om alles op orde te krijgen. Ze voelen zich in de steek gelaten.
  • Diegenen die hun straf volledig uitzitten krijgen geen opvolging. Aan de randvoorwaarden, nodig voor een succesvolle re-integratie, is vaak niet voldaan: een eigen woonst ontbreekt vaak, hun netwerk is grotendeels weg, ze leven vaak in probleembuurten en er zijn soms familiale problemen.
  • Meestal is er sprake van detentieschade: ex-gedetineerden kampen met een laag zelfvertrouwen en faalangst. Er is veel wantrouwen: naar justitie, betrokken organisaties, maar ook naar de maatschappij en andere mensen toe. Ze zijn hun vertrouwen in anderen kwijt. Naast de psychische klachten hebben enkele ex-gedetineerden ook vaak fysieke klachten als gevolg van hun detentie. Dit bemoeilijkt hun re-integratie substantieel.
  • Ex-gedetineerden kampen bovendien vaak met schaamte en schuld. Ze worstelen heel hard met het stigma van ‘ex-gedetineerde’: er is statusverlies (want dat is nu wie ze zijn, “ex-gedetineerd”), en ze hebben het moeilijk met hoe ex-gedetineerden gepercipieerd worden in de maatschappij.
  • Armoede en schulden zijn zeer nadrukkelijk aanwezig in het leven van ex-gedetineerden. Sommigen belanden arm in detentie, maar detentie zelf maakt ook arm, door kosten die voortvloeien uit hun veroordeling. Omdat ex-gedetineerden veelal schulden hebben, is er loonbeslag. Werken is op dat moment geen toegang tot meer financiële middelen. Armoede is een belangrijke reden tot het plegen van nieuwe criminele feiten: het lijkt een snelle weg uit de uitzichtloze financiële situaties waarin ze zitten.

Wat is het goede nieuws?

Soms kiezen ex-gedetineerden een opleiding om naar buiten te kunnen, maar blijkt tijdens die opleiding dat het echt wel hun ding is. Daarnaast merken we ook veel potentieel bij de (ex-)gedetineerden: ze hebben soms enige werkervaring, capaciteiten en de drive om (nog) iets van hun leven te maken. Ook ondernemerschap interesseert hen, en is voor enkelen zelf de ultieme droom. Ze zijn zeer geëngageerd om mee te werken aan dit onderzoek, en willen hun steentje bijdragen tot het verbeteren van de situatie van de gedetineerden in België.

Wat nu?

Vanuit deze inzichten en noden zet Potential Unlocked designlabs op om samen met (ex-)gedetineerden en het werkveld tot innovatieve oplossingen te komen. Potential Unlocked maakt hiervoor gebruik van human centered design.

Wil je, als organisatie of als ex-gedetineerde, betrokken worden bij de designlabs? Wil je graag meer weten over Potential Unlocked? Geef dan zeker een seintje via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Meer info over Potential Unlocked vind je op:

 

https://www.arteveldehogeschool.be/projecten/potential-unlocked

https://www.esf-vlaanderen.be/nl/projectenkaart/potential-unlocked

Werk tijdens detentie

 

 

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) veroordeelt de Belgische Staat voor haar gebrekkig optreden tijdens de cipiersstaking in het voorjaar van 2016. Daarmee gaat het EHRM in tegen een uitspraak van het Brusselse hof van beroep.

Het is niet de eerste keer dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België veroordeelt voor de omstandigheden waarin gedetineerden in ons land moeten leven.

Deze zaak gaat terug tot het voorjaar van 2016, toen er in verschillende (Waalse en Brusselse) gevangenissen langdurige cipiersstakingen waren. Tijdens die stakingen doken berichten op over de slechte leefomstandigheden van de gedetineerden. Gevangenen konden zich niet of amper wassen, kregen niet op tijd eten, moesten maanden op cel blijven en hadden geen contact met familieleden. Na enige tijd begon ongedierte zich te verspreiden in de gebouwen en staken de gedetineerden uit protest hun matrassen in brand.

Schadevergoeding

Verschillende gedetineerden trokken naar de rechter om de situatie aan te klagen. Aanvankelijk kregen ze ook gelijk en kreeg de Belgische staat dwangsommen opgelegd. Maar nadien kwam er de uitspraak van het hof van beroep. Dat hof oordeelde dat de verplichting om gedetineerden niet te onderwerpen aan foltering en een onmenselijke behandeling slechts gaat om een ‘inspanningsverbintenis’ en dat de Belgische Staat niet aansprakelijk kan worden gesteld voor een cipiersstaking die buiten haar wil is ontstaan.

Daarop stapten de gedetineerden naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat Hof veroordeelt de Belgische staat nu omdat het onder meer artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden. Dat artikel bepaalt dat niemand mag onderworpen worden ‘aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen’. Het EHRM legt aan de Belgische Staat ook de betaling van schadevergoedingen op.

‘Geen vrijgeleide’

‘Mijn cliënten zijn tevreden dat het Europees Hof met zijn arrest de controversiële uitspraak van het hof van beroep te Brussel heeft rechtgezet’, reageert advocaat Alexander Hamels. ‘Bijzondere omstandigheden zoals stakingen of covid-19 zijn geen vrijgeleide om de basisrechten van gedetineerden te schenden. Wij zijn hoopvol over de hervormingen van minister (van Justitie, Koen, red.) Geens inzake de minimumdienstverlening in de Belgische gevangenissen, waardoor zulke praktijken zich in de toekomst hopelijk niet meer kunnen voordoen’, aldus Hamels.

De Standaard

Neen.

Gevangenen worden beschouwd als tijdelijk afwezig in hun thuisgemeente.

Een gevangene die deel uitmaakt van een gezin blijft tijdens zijn verblijf in de gevangenis ingeschreven in de registers van de gemeente waar het gezin verblijft. Hij volgt het lot van het gezin bij een verhuis.

Een alleenstaande blijft ingeschreven in de gemeente waar hij woonde voor de hechtenis als ondertussen niet iemand anders in zijn woning woont en als hij ervoor zorgt dat zijn post wordt doorgestuurd.

Wordt de band met het gezin verbroken of heeft de gevangene nergens woonrechten meer, dan krijgt hij een referentieadres bij het OCMW van de gemeente waar hij het laatst ingeschreven was. Was hij nooit eerder ingeschreven dan krijgt hij een referentieadres bij het OCMW van de gemeente waar de gevangenis gelegen is.

 

Vanaf 2019 komt er in Sint-Gilles een forensisch psychiatrisch observatiecentrum. Dat schrijft De Morgen en bevestigt minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Het centrum onderzoekt onder meer gevangenen met psychiatrische problemen voorafgaand aan hun vrijlating. 

Verdachten in voorarrest zullen vanaf 2019 door het psychiatrisch observatiecentrum worden onderzocht op toerekeningsvatbaarheid. Maar ook gevangenen die tekenen vertonen van psychiatrische stoornissen, passeren langs het centrum. 
"De bedoeling van het observatiecentrum is om mensen die feiten hebben gepleegd die strafbaar zijn, te analyseren", legt minister Geens uit. "Dat wil zeggen: weten of ze toerekeningsvatbaar zijn of niet, om hen dan een aangepaste manier van behandeling of bestraffing te geven."
Het observatiecentrum zal onderzoeken of gewone gedetineerden met psychiatrische problemen alsnog geïnterneerd moeten worden
Koen Geens, minister van Justitie
"De bedoeling is ook om te kijken of gewone gedetineerden die psychiatrische problemen ontwikkelen en die niet aan de juiste behandeling zijn onderworpen, alsnog geïnterneerd moeten worden. Dat wil zeggen: behandeld worden als zorgbehoevende patiënten eerder dan als gevangenen."
Het observatiecentrum was oorspronkelijk gepland voor januari 2016 in Haren als onderdeel van het nieuwe gevangeniscomplex daar. Die bouw liep echter vertraging op, waardoor er vanaf volgend jaar een voorlopig observatiecentrum komt in Sint-Gillis. Het definitieve observatiecentrum staat wel nog altijd gepland in Haren. 
 
VRT Nieuws, 02/06/2018

 

De Vlaamse overheid schakelt imams in om geradicaliseerde moslimgevangen die in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating te ‘de-radicaliseren’. Het kabinet van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) stelt het project ‘Theologische Aanpak Islamitische Radicalisering’ voor in Knack. Het project viseert specifiek gedetineerden die voorwaardelijk vrij kunnen komen. Men wil hierbij met de hulp van gematigde imams radicale moslimgevangenen op andere gedachten dan de jihad brengen.

Met het project ‘Theologische Aanpak Islamitische Radicalisering’ wil Vandeurzen ex-gedetineerden op andere paden dan de jihad brengen of behouden. Het project zal 174.000 euro kosten en wordt gecoördineerd door twee imams: Saïd Aberkan, hoofd-islamconsulent van het Vlaamse gevangeniswezen en Khalid Benhaddou, voorzitter van het Platform Vlaamse Imams.
Het project kan bepaalde verplichte probatievoorwaarden koppelen aan een vervroegde invrijheidstelling. “Denk concreet aan gesprekken in een neutrale omgeving, minstens tien uur verspreid over verschillende sessies”, aldus Benhaddou:“[We] gaan […] ook een opleiding over islam en jihadisme geven in Justitiehuizen en binnen het Agentschap Jongerenwelzijn”.
Aanslag Luik verhit debat over radicale moslimgevangenen
Afgelopen dagen was er heel wat politieke controverse rond Benjamin Herman, de radicale moslimbekeerling die tijdens zijn penitentiair verlof drie mensen doodde in Luik. N-VA-voorzitter Bart De Wever stelde na de aanslag in Luik voor om terroristen en moslimextremisten in de gevangenis te laten zolang er sprake is van een terreurdreiging. Justitieminister Koen Geens (CD&V) – die zich “niet persoonlijk” maar wel “politiek verantwoordelijk”achtte voor de aanslag in Luik – schoot dit voorstel echter af: “Ik wil geen Guantanamo creëren in België.”
Vorige week dinsdag brak de hel los in Luik. Benjamin Herman opende het vuur op twee agentes en een voorbijganger, met dodelijke afloop voor de drie slachtoffers. De dader – die gehoord werd “Allahu akbar!” te roepen – werd hierna doodgeschoten door de anti-banditismebrigade van de politie. Herman bleek een moslimbekeerling te zijn die tijdens zijn verblijf in de gevangenis vorig jaar radicaliseerde. Onderzoekers troffen in de cel van Herman onder andere een Koran en een gebedskleed aan. Herman stond onder invloed van twee radicale moslims in de gevangenis, waaronder een IS-ronselaar.