Veroordeelde met enkelband noemt strafuitvoering ‘pure willekeur'

BRUSSEL - Een heilig boontje is hij niet. Dat weet recidivist Ian Van den Bonne (37) ook wel: ‘Ik besef dat ik niet vrij zou mogen rondlopen'. Maar ondanks een waslijst aan veroordelingen – van enkele maanden tot 4,5 jaar cel – heeft hij nog geen dag in de gevangenis gezeten. ‘Dit is de eerste straf die uitgevoerd wordt: acht maanden heb ik op een enkelband gewacht, straks mag hij eraf.'

 

‘Beweert de minister dat alle straffen tussen zes maanden en drie jaar cel worden uitgevoerd?' Ian Van den Bonne (37) lacht honend. ‘Dat is dikke zever : dit is de eerste straf die ik daadwerkelijk “uitzit” en ik heb behoorlijk wat op mijn kerfstok.'

De bouwvakker uit het Waasland is een geval apart. Hij is lang niet dom, maar hij is wat men noemt ‘gekend bij het gerecht'. Wie raakt aan hem of de mensen die hij graag heeft, krijgt gegarandeerd het deksel op de neus. Oog om oog, tand om tand. Zo leeft hij. Tel daarbij een koppig karakter, een ruig (café)leven en een extreem je-m'en-foutisme wat regels betreft.

Hoeveel veroordelingen hij sinds zijn 18de opgelopen heeft, houdt Van den Bonne al lang niet meer bij. Maar het zijn er een pak. Niks om fier op te zijn trouwens: slagen en verwondingen, diefstal, inbraak bij nacht en in bende (twee verzwarende omstandigheden, red.) ,... Met straffen tot 4,5 jaar cel, zegt Van den Bonne. Effectief. ‘En niet uitgevoerd.'

Hij geeft toe dat hij zijn strafblad integraal heeft verdiend. De enkelband, die hij midden februari mag inleveren, heeft hij aan een brandstichting te danken: het leverde hem in februari 2011 ‘ongeveer drie jaar gevangenisstraf' op. De brandstichting was een wraakactie.

‘Ik kreeg uiteindelijk een werkstraf, maar daar had ik lak aan', verklaart Van den Bonne. ‘Maanden heb ik niet meer van justitie gehoord, tot er in januari vorig jaar plots een brief van het gerecht in Dendermonde in de bus viel, met de melding dat ze mij onder elektronisch toezicht zouden zetten. Wanneer precies? Dat delen ze niet mee.'

Acht maanden later kreeg Ian Van den Bonne dan eindelijk zijn enkelband. Hij had geluk: zijn werkgever was al op de hoogte, en maalde er niet om. ‘Tijdens je werkuren mag je buiten', legt Van den Bonne uit. ‘Zelfs al werk je in ploegen of heb je onregelmatige uren. De justitie-assistenten controleren wel waar je uithangt, maar dat gebeurt meestal telefonisch.'

Naast de werkuren mag de veroordeelde brandstichter één uur per dag ‘buiten', tijdens het weekend verhoogt dat gradueel van vier uur per dag naar tien uur per dag maximum. De rest van de tijd moet hij thuis blijven en zich aan zijn voorwaarden houden. Eén daarvan is dat hij zich niet mag bezondigen aan alcoholmisbruik.

Van den Bonne is vrijgezel en verzwijgt zijn strafblad voor niemand. Hem kon het niet zoveel schelen wanneer zijn straf uitgevoerd zou worden, maar dat geldt niet voor iedereen.

‘Begin maar eens te solliciteren als er je nog een straf boven het hoofd hangt', weet hij. ‘Geen enkele werkgever is geneigd om iemand die “binnenkort” onder elektronisch toezicht zal staan, aan te werven. Een vriend van mij wilde na zijn veroordeling zijn leven beteren. Echt. Hij meldde zich aan bij de gevangenis, maar werd wandelen gestuurd. Die kere l begon met een schone lei, stopte met alles, kreeg een nieuwe vriendin... en vier jaar later mocht hij plots zijn enkelband gaan halen! Hij verloor zijn job, en zijn vriendin heeft hem laten zitten.'

Of en wanneer je je straf moet uitvoeren, en wie dat bepaalt, is volgens Van den Bonne pure willekeur. ‘Dat hele systeem is totaal arbitrair en zo lek als een zeef.'

‘Enerzijds overschrijdt de wachtlijst voor een enkelband soms elke redelijke termijn', besluit hij, ‘anderzijds is het maatschappelijk gezien evengoed schandalig dat iemand als ik vrij rondloopt en zelfs nog nooit een boete heeft betaald. Ik besef goed dat ik dat niet verdien, maar ik ga daar toch niet tegen protesteren, zeker? Justitie is in mijn ogen een lachertje.'

 

Bron: De Standaard