COLUMN 19: HET OVERLEGORGAAN

Het overlegorgaan is opgericht naar aanleiding van art. 7 van de Basiswet.

 Art.7: In elke gevangenis wordt een klimaat van overleg nagestreefd. Daartoe wordt in elke gevangenis een overlegorgaan opgericht teneinde de gedetineerden in de gelegenheid te stellen inspraak te hebben in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die voor hun medewerking in aanmerking komen. Het Koninklijk Besluit van 22 juni 2018 tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van het overlegorgaan bedoeld in artikel 7 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden is op 15 september 2018 in werking getreden.

Dit koninklijk Besluit sluit inhoudelijk zeer nauw aan bij de instructies die in 2010 verspreid werden. Belangrijkste wijziging is dat de vertegenwoordigers van de gedetineerden niet langer via verkiezingen, maar wel aan de hand van een loting zullen aangeduid worden. Wat wil zeggen, iedereen kan en mag zich kandidaat stellen zolang deze de Nederlandse taal machtig is en geen permanent gevaar voor de veiligheid vormt. 

De samenstelling van het overlegorgaan: het inrichtingshoofd of de directeur die hij aanwijst, die er het voorzitterschap van waarneemt. Een personeelslid aangewezen door de voorzitter. Niet elke vergadering dient door hetzelfde personeelslid te worden bijgewoond. Een secretaris aangewezen door de voorzitter. De vertegenwoordigers van de gedetineerden aangewezen overeenkomstig de hierboven beschreven procedure.

De werkwijze van het overlegorgaan zou volgens de wet minstens éénmaal per kwartaal moeten plaatsvinden. Wat in de praktijk niet zo is. De punten die de vertegenwoordigers van de gedetineerden op de agenda van de vergadering wensen te plaatsen, worden ten laatste 10 dagen voor de vergadering aan de voorzitter (de directeur) van het overlegorgaan gericht. En dit wordt strikt nageleefd voor de verkozene (gedetineerden). De secretaris van het overlegorgaan stelt een verslag op van de verandering. Hij bezorgt dit verslag aan iedereen die als lid (effectief) deelnam aan de vergadering. Deze kunnen binnen 15 dagen na ontvangst van het verslag hun opmerkingen hieromtrent bezorgen aan de secretaris. In de praktijk gebeurt dat nooit. De voorzitter (de directeur) keurt de definitieve versie van het verslag goed, dat vervolgens binnen de 30 dagen na de vergadering ter kennis wordt gebracht van de leden van het overlegorgaan. Ook deze termijn van 30 dagen wordt elke keer overschreden. En zoals je kan aanvoelen worden de regels die worden opgesteld aan de hand van het Koninklijk Besluit, steeds weer met voeten getreden.

Als lid van het overlegorgaan, en dat al enkele jaren na elkaar, weet ik hoe hard het opboksen is tegen het systeem dat justitie noemt. Alles wat wordt aangebracht of voorgesteld door de leden van het overlegorgaan, wordt meestal door de directie beantwoord als “we gaan bekijken”, of ze “moeten info opvragen aan Brussel”, de plaats waar justitie haar kantoor heeft. In al die jaren dat ik al lid ben, hebben we maar heel weinig punten erdoor gekregen, en daardoor vragen we ons soms af welk nut het overlegorgaan dan eigenlijk heeft? Maar toch is deelnemen als lid belangrijk gezien punten en informatie uit de eerste hand komt.

Mei 2025

L&B