Basiswet (deel 2)
Eerder behandeld in een column over de Basiswet (dé wet voor “veroordeelde gedetineerden”) zijn onder meer; het Huishoudelijk Reglement, Commissie van Toezicht, Levensvoorwaarden, samenlevingsvoorwaarden, Contacten met de buitenwereld, vormingsactiviteiten, vrijetijdsbesteding, Arbeid (art. 81) en Gezondheidszorg (art. 87).
In deze column wordt voornamelijk de werking van PSD besproken; voor veroordeelde gedetineerden de belangrijkste dient tijdens zijn/haar detentie.
Hoofdstuk 8 van de Basiswet “Medische en medico-psychosociale expertise “ en is onderverdeeld in een medische expertisen (art. 100) die uitgevoerd dienen te worden door adviserende artsen (welke functie onverenigbaar is met zorgverlener in de gevangenis” en (art. 101) een medico-psychosociale expertise (PSD of psychosociale dienst, als onderdeel van Justitie). De laatste categorie dient te worden bemand door experten die een diagnose kunnen stellen én adviezen verlenen in het kader van besluiten omtrent detentieplan, overplaatsing naar een andere gevangenis, tijdelijk verlaten van de gevangenis, bijzondere vormen van strafuitvoering en vervroegde invrijheidstelling.
Het grote probleem van deze laatste groep “experten” (PSD) is dat ze een onderdeel zijn van Justitie (lees hier ook onderdeel van het Justitieapparaat), veelal direct vanuit hun opleiding worden aangenomen en dus nog vóór hun 25e verjaardag als expert worden aanschouwd. Het spreekwoord “wiens brood men eet wiens taal men spreekt” wordt hier bereidwillig toegepast. Meermaals worden adviezen aan Directie en SURB (Strafuitvoerings Rechtbank) gedaan aan de hand van verouderde testen en rapporten van derden; noch de Directie noch de SURB nemen aanstoot aan deze voor gedetineerden erg nadelige praktijken.
Art. 102 betreft “Sociale hulp -en dienstverlening” (lees terug PSD). De hierboven beschreven praktijken getuigen weinig van “hulp- en dienstverlening”. Met andere woorden dienst PSD verleent diensten aan de werkgever en NIET aan degenen waarvoor de dienst bedoeld is de groep van de gedetineerden!! Het artikel voorziet verder dat het detentieplan dient te worden uitgewerkt en beheerd en daardoor voorbereiding én opvolging te worden gegarandeerd. Ondanks dat art. 102 laattijdig (lees nog maar enkele jaren) in werking is getreden is de bespreking van een “detentieplan” momenteel (december 2025) NOT DONE voor zowel de PSD (voorbereiden en opvolgen) als de Directie (goedkeuring en evaluatie). Belangrijkste redenen zijn: onderbemande diensten en plannen die bij SURB niet ter sprake komen. Een plan heeft namelijk ook een tijdsfactor; bijstellen van een detentieplanning (binnen de muren) is mogelijk. Een detentieplanning maken waarbij ook rekening wordt gehouden met het moment van vrijlating (verlaten van de gevangenis) is ondenkbaar gezien een ander instituut binnen Justitie (nl. de SURB) het hier voor het zeggen heeft en “vrijlating” en “detentieplan” dus niet verenigbaar zijn. Wederom is een papieren tijger gecreëerd, terwijl een detentieplan dat is opgesteld en wordt opgevolgd voordelen voor de gedetineerde, de directie én de SURB heeft.
Art. 103 en 104 handelen over rechtshulp en juridische bijstand. De sociale hulp- en dienstverlening, alsmede de rechtshulp en de juridische bijstand worden in de Vlaamse gevangenissen uitgevoerd door het Vlaamse Gewest gesteunde organisaties. CAW is hierbij een belangrijke laagdrempelige onafhankelijke partner (valt NIET onder Justitie), die sociale hulp- en dienstverlening, alsmede een juridische dienst op zich neemt. Het wel en wee van de CAW als organisatie in de gevangenissen wordt door ondergetekenden op diverse andere plaatsen besproken
De hier besproken onderdelen van de Basiswet zijn erg belangrijk voor gedetineerden in de gevangenis.
In een aanvullende column, Basiswet (deel3), zullen onder andere onderwerpen als “Orde en veiligheid”, “Tuchtregime” en “Klachten en bezwaren” worden behandeld.
L&B
December 2025