De wet Lejeune uit 1888 (!!) is gebaseerd op gunsten en laat toe dat (lang)gestraften in aanmerking komen voor VI (voorwaardelijke invrijheidsstelling) na éénderde van hun straf.

Voor levenslanggestraften is er de mogelijkheid na 10 jaar.

VI is mogelijk als aan de voorwaarden opgelegd door de SURB (strafuitvoeringsrechtbank) voldaan wordt. Het arrest van de SURB is mede gebaseerd op adviezen van diverse instanties (o.a. directie van de gevangenis, ministerie van Justitie). En indien aanwezig kan ook de burgerlijke partij haar gerieven kenbaar maken.

Zo ook geldt dit o.a. ook voor de levenslanggestrafte Michelle Martin, die al meer dan 15 jaar van haar vrijheid is beroofd. Een zorgvuldig uitgewerkt reclasseringsplan (waarin opgenomen een langdurig verblijf in een Frans nonnenklooster) van haar is vroegtijdig in de media verschenen. Toevallig of niet?

Het lek naar de pers is m.i. een doordacht opgezet spel van Justitie, die hiermee 2 vliegen in één keer trachten te vangen.

Ten 1ste de publieke opinie, want de zaak van Michelle Martin lag nog vers in het geheugen van de Belgische bevolking. En ten 2de werd op deze doortrapte wijze naar het standpunt van het Franse ministerie van Justitie gepeild voor de justitiële opvolging van het dossier in Frankrijk.

De reactie van de publieke opinie en van burgerlijke partijen waren klaar en duidelijk. En voornamelijk door de overdreven (media-) heisa die ontstond kwam naar voren dat Michelle Martin niet meer welkom was in het nonnenklooster én bovendien (en dit zonder dat er een officiële vraag vanuit het Belgisch ministerie van Justitie aan de Franse collega’s was gesteld) liet de Franse overheid weten niet voor de opvolging van het dossier te willen in staan.

Europese regels en onderlinge afspraken tussen Frankrijk en België, gebaseerd op onderlinge toestemming werden niet toegepast.

Het gevolg van deze wekenlange lastercampagne was dat Michelle Martin niet in VI kon gaan: een ander reclasseringsplan zal moeten worden uitgewerkt. De opinie van de gemeenschap en de mening van de burgerlijke partij werden als overwinnaar beschouwd.

Jammer maar helaas. De gemeenschap dient zich er eindelijk eens van te vergewissen dat ook langgestraften eens zullen terugkeren in de maatschappij. Reclasseren is van groot belang en het is ook nodig dat mensen die meer dan 10 jaar achter de tralies hebben doorgebracht worden begeleid (en ik bedoel niet alleen door professionele hulpdiensten).

Het alternatief is natuurlijk (en m.i. wil een groot deel van de bevolking dit ook, gezien de reactie van VI van Michelle Martin) dat in België straffen volledig worden uitgezeten in de gevangenis. Gevolg nog meer gevangenen (met een geschatte kostprijs van €150 per dag) in de Belgische gevangenissen die nu al meer dan overvol zitten!!

Een ander punt is dat bij gedetineerden die in aanmerking komen voor VI steeds een valse hoop wordt opgewekt; psychische druk is hierdoor eigenlijk onmenselijk te noemen gezien de (grote) onzekere  situatie waarin betreffende personen terecht komen.

Heldere wetgeving omtrent straf en strafmaat is nodig. Het arrest van de strafrechtbank moet hieromtrent duidelijk zijn voor eenieder, zodat, evenals in de omringende landen van België, bekend is wanneer de deur van de gevangenis wordt geopend (“datum op de deur”).