Als M. 's morgens op weg naar de gevangenis is, dan flitst het altijd wel even door haar hoofd: wat zal het vandaag zijn... Want niets is zo onvoorspelbaar als een dag in een microkosmos als de gevangenis. Vanaf het moment dat je de gevangenispoort achter je dichtslaat, gaat er een nieuwe wereld open en word je geconfronteerd met allerlei regels en reglementen.  Een wereld, waar je niet alleen als gedetineerde, maar ook als personeel, afhankelijk bent van andere mensen. Zelfs om aan mijn werkplek, het lokaaltje van de geestelijke verzorgers, te geraken, heeft M. al 6 maal moeten wachten voordat een deur, na het aanbellen, wordt opengedaan vanuit het controlecentrum (via camerabewaking) en heeft M. zelfstandig 2 deuren ‘mogen’ openen…. En dan kan de werkdag beginnen… Wie heeft er een ‘rapportbriefje’ geschreven om een gesprek aan te vragen…. Wie zal er weer slecht nieuws ontvangen hebben van het thuisfront of aangaande zijn dossier… Enzovoort.

 

 

De gevangenis is voor een moreel consulent een ontmoetingsplaats waar je dagelijks in gesprek gaat met mensen met de meest uiteenlopende achtergronden, uit verschillende culturen en in wel zeer bijzondere omstandigheden: mensen zijn van hun vrijheid beroofd, om welke reden dan ook, en zitten daar met een mix aan gevoelens (oprechte spijt, schuld, immens verdriet, kwaadheid, schaamte…) en verwachtingen, waar ze al dan niet willen en kunnen over praten.

 

Als moreel consulent zit je in een unieke en bevoorrechte positie door de aard  van de relatie die je met gedetineerden aangaat. Je benadert hen van mens tot mens, los van hun feiten en los van hun dossier. Je biedt hen een ‘thuishaven’ waar de maskers en het stoere machogedrag kunnen wegvallen en waar ze zichzelf kunnen zijn en onvoorwaardelijk die dingen vertellen die ze zelf willen vertellen, zonder verdere gevolgen. Je geeft hen de tijd en de ruimte om op verhaal te komen, te ventileren, hun zorgen om de kinderen, die ze niet meer zien, te uiten…

Soms duurt het wel even voor je het vertrouwen wint (ze zijn immers al te vaak bedrogen uitgekomen), maar eens je het vertrouwen hebt, is het bijna onvoorwaardelijk…. mooi!

Een voorbeeld: een 28-jarige man van allochtone afkomst was door een trajectbegeleider naar mij doorverwezen, omdat ze dacht dat er ‘iets’ vastzat bij die man, dat er iets niet klopte, maar ze kreeg er geen voeling mee. De 3de maar dat ze hem zag, kwam hij eindelijk aan zijn ‘verhaal’ toe. Tot zijn 14de  had hij een onbezorgde jeugd en goede schoolresultaten gehad. Het leven lachte hem toe. Dit veranderde op het moment dat zijn moeder stierf en zijn wereld letterlijk en figuurlijk instortte. Om de begrafenis te regelen, is zijn vader toen gedurende enkele maanden naar Marokko gegaan en is hij hier in België achtergebleven met enkele van zijn broers. Door de afwezigheid en het gemis van de ouders is het met de zonen van kwaad tot erger gegaan en is ook hij (meegesleurd door zijn broers) in Mol geplaatst als ‘probleemjongere’. Mol was voor hem een goede ‘leerschool’ voor alles wat hij beter niet had kunnen leren (drugs, diefstallen, inbraken…). Na 4 jaar, op zijn 18de, werd hij ‘vrijgelaten’ in de maatschappij en mocht hij zijn ‘plan’ trekken zonder verdere begeleiding op opvolging. Het gevolg laat zich raden: alles wat hij ‘geleerd’ had, heeft hij dan maar in de praktijk uitgeprobeerd met een gevangeniscarrière als gevolg. hij heeft haar, met de nodige emoties en tranen, gedurende meer dan 2 uur zijn levensverhaal uit de doeken gedaan. op het einde van het gesprek bedankte hij mij en zei dat ik de 1ste was in 14 jaar die de tijd en de moeite had genomen om naar hem te luisteren…

 

Onlangs zei iemand dat je als moreel consulent van vele markten moet thuis zijn. En dat klopt wel. Je moet over heel veel kunnen meepraten, ruime interesses hebben en toch ook wel een aantal dingen ‘kunnen’. Zo zal ik nooit vergeten dat een vrouwelijke gedetineerde sjaals begon te breien in de gevangenis om de tijd te ‘doden’ en letterlijk iets omhanden te hebben. het lukte haar aardig en elke keer zij haar op haar cel ging opzoeken, toonde zij mij haar werkstukken vooraleer ze die buiten meegaf aan familie en vrienden. Tot ze op bepaalde met 2 breinaalden en haar breiwol in de hand daar zeer beteuterd zat te kijken. Ze had nu wel leren breien en de sjerpsteek geleerd, maar wist niet hoe ze haar breiwerk moest ‘opzetten’. De persoon die dat normaal voor haar deed was vrij gegaan en de bewakers die dienst hadden, daar vroeg ze het liever niet aan… Het zou dus een zeer lang weekend worden… Zij heeft haar voorgesteld haar uit de nood te helpen en heeft zonder probleem haar breiwerk opgezet zodat ze het hele weekend naar hartenlust breien. Dit zijn de plezierige momenten waar je kunt terugblikken, die zijn er wel, maar door de band genomen, hoor je heel wat miserie en ellende. Het is pas door in de gevangenis te werken dat zij ten volle beseft welk leed mensen elkaar kunnen aandoen en dat sommigen daar toch nog relatief sterk uitkomen en overleven.

 

Machteloosheid is iets waar gedetineerden en bij uitbreiding, zij moreel consulenten, mee geconfronteerd worden. Beslissingen worden altijd boven de hoofden genomen en je hebt geen inspraak. Je kunt het altijd wel vragen, maar vaak is het antwoord: “Nee”. Zonder verdere uitleg. Zo was er een man die tientallen jaren opgesloten zat en al meermaals een bezoektransfer had aangevraagd om zijn zieke, hoogbejaarde moeder te zien. Het is hem tot op de dag van vandaag geweigerd. Enige tijd geleden vroeg ze hem hoe het nu met zijn moeder ging en hij antwoordde met een machteloos pijnlijke gelaatsuitdrukking: “Wel, ze is dinsdag gestorven. Jij bent de enige die het weet, niemand hoeft dat hier te weten. Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik mijn moeder nooit heb kunnen verzorgen…”. En dan wordt het stil op cel. Een enorme stilte die een oppervlakte van een kleine 10 m2 vult in een enorm groot complex waar voortdurend lawaai is, omringd door honderden andere mensen. Op dat moment heb je het gevoel dat de wereld even stilstaat en hoor je de rest ook niet meer, omdat je samen met die man ‘zijn stilte’ en ‘zijn verdriet deelt’.

 

‘Op celbezoek’ gaan, is nog zo’n uniek onderdeel van onze werking. De gevangenis is een monotoon, grijs gebouw, maar telkens als je een cel betreedt, kom je ook in iemand zijn ‘leefwereld’ terecht. De manies waarop een cel netjes en al dan niet aangekleed is, vertelt veel over de persoon zelf en zijn (eventuele) contacten met de buitenwereld. Met veel trots worden dan ook de recente foto’s van de kinderen en/of vriendin/echtgenote getoond. zelfs de meest intieme brieven krijg je te lezen.

Opgesloten zitten in een gevangenis doet ‘iets’ met een mens en betekent voor een aantal gedetineerden dat ze eindelijk kunnen stilstaan en afstand nemen van hun verleden, van de gepleegde feiten. Tussen de 4 muren van hun cel hebben ze de tijd om terug te blikken op hun leven en om tot inzicht te komen waar en wanneer het fout gelopen is. Regelmatig komen ze dan ook met vragen: “Hoe moet het nu verder?”, “Is er nog een toekomst?”,”Met wie?”, “Alleen?”, “Met of zonder kinderen?”, “Hoe gaan zij mij nu zien als vader?”, “Ga ik nog werk vinden?”… Samen met je cliënt ga je dan ook op zoek naar een mogelijke ‘zin’ van het bestaan en sta je hen bij in het afwegen van de verschillende keuzemogelijkheden.

 

Na een lange, vaak emotioneel zwaar geladen dag trekt ze met veel plezier de gevangenispoort achter zich dicht. Op de parking, stappend naar haar wagen, haalt ze diep adem, slaakt een diepe zucht en is ze blij dat ze ‘vrij’ is en naar huis kan en gaan en staan waar ze wilt…