Kippig stond ik te wachten voor de stalen gevangenispoort."U moet hem openduwen", zei het echtpaar achter me.

Ik draaide onhandig aan de klink en struikelde naar de portiersbalie."U bent voor het eerst?", baste de bewaarder. Ik knikte en leverde mijn paspoort in. Een half uur later worstelde ik met de kluisjes waar bezoekers hun spullen in moeten stoppen. Ik voelde me een nul. Bij het portiershok wuifde ik aarzelend met mijn bezoekerskaart. Ik had geen idee hoe het Belgische systeem werkt."Hierheen?", vroeg ik dommig terwijl ik naar de detectiepoort wees. Ik piepte."Zakken", zei de bewaarder en ik trok mijn jaszakken binnenstebuiten. Toch piepte ik opnieuw, en weer, en nog een keer. "Terug", snauwde de bewakingsman."Weg. Ge komt morgen maar terug." Er kwam een tweede bewaarder bij. Ik moest wegwezen. "Het is vast mijn bh",smeekte ik, maar volgens de cipiers piepten bustehouders nooit. Gelukkig kreeg ik steun van een vrouwelijke portier."Heel uitzonderlijk", zei ze terwijl ze een detector langs mijn lijf bewoog, en ik wilde bijna een kout beginnen over mijn persoonlijke piepgeschiedenis bij de Hema en Schiphol en de Leeuwarderrechtbank, maar ik voelde de ogen van de norse kerels in mijn rug prikken. Die hadden geen sprankje geduld meer. Op de binnenplaats van de bajes zou ik uitgelegd krijgen hoe het verder ging, begreep ik van de vrouwelijke cipier, maar ik hoorde niks. Ik hoorde alleen een kerel 'kaarten' blaffen. En daarna 'glas' zeggen. Kippig nam ik plaats in een klein kamertje met een grote glazen wand. Achter me gooide iemand de deur dicht. Er zat geen klink aan de binnenkant. Ik keek via het raam uit op een kantoortje aan de overkant van de gang. Op de vensterbank stond een verschoten plastic biedermeier boeketje. Langs een getralied raam zag ik schimmen bewegen en ik raakte bijna in paniek. Ik was bang dat er een Albanese moordenaar zou aanschuiven die door het lint zou gaan als hij mij zag zitten in plaats van zijn moeder, maar na tien lange, lege minuten slofte er eindelijk een rij gedetineerden voorbij. De laatste kwam voor mij. Hij straalde. Het werd zowaar gezellig in ons aquarium, tot er een snerpende bel klonk en ik de gang weer in moest. Een jongen uit de bezoekersgroep brak, tranen trokken sporen op zijn wangen. Op de richel naast een traliehek lagen natte papieren zakdoekjes.Ik was in de dichtstbevolkte gevangenis van België op bezoek geweest. Een bak die voor 439 mensen werd gebouwd, maar inmiddels meer dan zevenhonderd gedetineerden telt. Ik was door overbelaste bewaarders in een soort snelkookbajes ontvangen en ik voelde me een stuk stront. "Nie goe binnen hè?", zei een twintigster die me naar adem zag happen. "Nie goe", beaamde ik. Voor niemand niet.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Bron: jantien de boer - Leeuwarder Courant, 22-10-2011