Jan Claerhout, een ervaren zakenman uit het communicatiemilieu, gaat bezinnen in de gevangenis.
Daar ontmoet hij Ali, die al bijna tien jaar binnenzit.

Hier vertelt Jan hoe hij dat gesprek ervaren heeft.

Het geluid van de gevangenis

Het is zoeken om binnen te geraken. Het duurt ook een tijd. En er is dat gevoel van bekeken te worden. Ik denk dat het als gevangene in een politiecombi vlotter gaat. De sloten die klikken mechanisch in metalen poorten. Het geluid van een poort die onherroepelijk achter je dicht valt. Je bent binnen en het is niet de bedoeling dat je zomaar terug naar buiten stapt. Bij het onthaal wordt een foto gemaakt. Je kan maar beter vriendelijk kijken als je opgeslagen wordt in de databases van Justitie. Je identiteitskaart moet je afgeven. Ook als bezoeker wordt je gescreend, geregistreerd, getaxeerd.

Een hart voor de gevangenis

We worden ontvangen door de directeur. Ik verwacht een geharde, strenge man. De directeur, Hans Claus, heeft een hart voor de gevangenis en zijn bewoners. Hij roeit met de riemen die hij heeft. Het zijn kleine zijn peddeltjes voor een log en aftands schip. De maatschappelijke en politieke context zit niet mee om zijn idealisme en visie te realiseren.

Bezoek aan de vergeetput

De gevangene, “Ali” is een vrijwilliger die met ons wil spreken. Hij wordt gebracht onder begeleiding van een cipier. In gevangenis plunje. Hij is opgegroeid in dezelfde stad als ik. Niet eens zo ver van waar mijn schoonfamilie woont. Verkeerde straat, het verkeerde gezin, de verkeerde vrienden? Hij heeft nog een tijdje te zitten wegens wat zo schroomvol een levensdelict wordt genoemd. Zijn fout is onomkeerbaar. Dat beseft hij heel goed. Maar de gevangenis is een strafhoek, een vergeetput met weinig uitzicht en zonder een echte begeleiding die echt wel nodig is voor een reïntegratie. Dat is wat mij het meest heeft aangegrepen. De gevangenis is geen plek die je terug vertrouwen geeft. Vertrouwen in de begeleiding, vertrouwen in je lotgenoten, vertrouwen in de samenleving, vertrouwen in zichzelf.

Binnen en buiten

Er is de wereld binnen de gevangenis en er is de wereld er buiten. Er is weinig structurele ondersteuning om de weg van binnen naar buiten op een goede manier te laten verlopen. Veel goede wil bij personeel en directie maar er is geen maatschappelijk draagvlak om het anders aan te pakken. We zijn er vanaf als ze binnen zitten maar wat daarna? Mensen verdienen een tweede kans, ook een derde en een vierde… Zeker ook “Ali”.

Buiten heb je terug een identiteit

Als we naar buiten stappen krijgen we onze identiteitskaart terug. Het is alsof ze mij even werd ontnomen. Die identiteit biedt me houvast. En ik kan terugvallen op mensen die ik vertrouw. Identiteit en vertrouwen. Dat zal Ali nodig hebben als hij zijn tweede kans krijgt. Maar ik heb sterke twijfels of dat kan op de plek waar “Ali” nu verblijft.

Bron: http://www.mensenrechten.be