De bezoekfaciliteiten die geboden worden voor kinderen met ouders achter tralies verschilt van instelling tot instelling.

In sommigen penitentiaire centra zijn er speelruimtes met knutselactiviteiten . In andere zijn er aparte bezoekruimten voor ouders en kinderen

Ook wat betreft moeders met kinderen zijn er grote verschillen . In Vlaanderen zijn er slechts enkele centra die daarvoor enigszins zijn uitgerust . Brugge heeft tien plaatsen , de gevangenis van Hasselt heeft er twee. Moeders met een kind tussen 0 en 3 jaar mogen er hun kind bij zich houden .

Een ander heikel punt is het omgangsrecht . Dat is geregeld in het VN verdrag inzake de Rechten van het Kind , maar blijft dode letter in de Belgische wetgeving . Volgens het kinderrechtenverdrag is er recht op omgang met de gedetineerde ouder , maar als de ouder aangeeft dat hij of zij het kind niet wil zien , zal het kind zijn ouders ook niet zien . In Belgie bestaat het omgangsrecht immers alleen in hoofde van de ouder . Het is anderszijds ook praktisch moeilijk afdwingbaar . Wat doe je als de ouders gescheiden zijn en de moeder het kind niet naar de gevangenis wil brengen om de vader te bezoeken?

Ook inzake infrastructuur en voorzieningen binnen de gevangenis is er nood aan verandering . Dat kan onder meer door een centrale regelgeving in te voeren , zodat de kinderen niet afhangen van de goodwill van een gevangenisdirecteur.

In de Basiswet gevangeniswezen staat dat alle gedetineerden recht hebben op bezoek van hun kinderen en in omstandigheden de erop afgestemd zijn . De wet dateert uit 2000 , maar de artikelen hierover zijn nog niet allemaal in uitvoering . Zolang is het een gunst die al dan niet verleend wordt door de gevangenisdirectie .

De kinderechtencoalitie stelt jaarlijks aanbevelingen op . De problematiek van gedetineerden met kinderen zou daarin als vast agendapunt aan bod moeten komen.

Er is weinig bekend over de omvang van het probleem in Belgie . Toch wordt geschat dat 50 procent van de gedetineerde mannen vader zijn en van de gedetineerde vrouwen (ca.5 procent van de totale bevolking) wordt dit geschat op 50 á 70 procent .

Men heeft eigenlijk geen idee over hoeveel kinderen het hier gaat . Er is dan ook nood aan een goed gecoordineerde dataverzameling vanuit het perspectief van kinderen met maatregelen voortvloeiende uit de conclusies .