Cafe Prison in Oudenaarde

In het najaar van 2014 vond voor het eerst 'Cafe Prison' plaats in Oudenaarde, een reeks van educatieve momenten over het omgaan met de gevolgen van een misdrijf voor het slachtoffer, de dader en de samenleving. 

Op 20 november was er een ontmoeting van burgers uit Oudenaarde met enkele gedetineerden in de gevangenis.
Peter Theunynck was een van de deelnemers, en hij schreef het volgende stukje.

cafe prison

Burgers ontmoeten gedetineerden

We zitten in de gevangenis. Ludo draagt een grote, een beetje ouderwetse Wilfried Martensbril en een beige gevangenisplunje, ik een blauwe pull en een bordeaux broek die wat afzakt. Mijn riem heb ik in het kastje bij de ingang achtergelaten, samen met mijn sleutels, mijn jas, mijn gsm en mijn identiteit. We zitten aan een tafeltje in een hoge zaal met geen al te beste akoestiek. Tussen ons in: chips, nootjes, olijven en alcoholvrije schuimwijn. Die raakt hij niet aan. Ik moet moeite doen om te horen wat hij zegt, want Ludo spreekt niet luid. Hij heeft af en toe moeite om zijn tranen te bedwingen.

'Ik was in alles té', zegt hij. 'En toen ben ik over de schreef gegaan. Ik wou té goed zijn, té goed doen.' Hij slaat zijn ogen neer, terwijl hij het vertelt.
'Ik heb zes jaar nodig gehad om in te zien dat wat ik deed helemaal verkeerd was.'
Iemand vraagt wat hij dan precies misdaan heeft. Hij zwijgt. Iemand anders zegt dat dat er nu niet toe doet.

Café Prison heet het initiatief: een tiental mensen uit de buurt komt praten met gedetineerden. De grens tussen 'binnen' en 'buiten' wordt streng bewaakt. Er zitten dikke muren tussen ons, hoge stalen poorten en strenge controles. De gevangenis: wie er niet in gegooid wordt, komt er moeilijk binnen; en wie er opgesloten zit, komt er niet makkelijk meer uit.

'Ik heb nooit beseft hoe hard dit leven zou zijn', zegt Ludo. 'En hoe ongenadig het ook mijn ouders, mijn familie en mijn vrienden zou treffen. Eigenlijk zitten ze allemaal mee gevangen. Allemaal dragen ze door mij een stempel.' Hij slikt. Zijn dochter is achttien. Al jaren komt ze hem elke week opzoeken. Zijn vrouw is kort na zijn internering van hem gescheiden. Die ziet hij nooit meer.

'Zitten jullie alleen op cel?' vraagt iemand.
'Een aantal van ons zit alleen', zegt Ludo. 'Dat is enerzijds een luxe. Je hoeft niet met een ander rekening te houden. Maar anderzijds maakt het je nog eenzamer. Op cel zitten met iemand met wie je het een beetje kunt vinden, kan een zegen zijn. Dan moet je niet altijd tegen de muren praten.'

In de gevangenis kruipt de tijd als een schildpad voorbij. De dag begint er al om half zeven. Wie werk heeft, gaat om zeven uur aan de slag. Het merendeel van de gevangenen wil werken, maar er is tegenwoordig te weinig om handen om iedereen die het wil een job binnen de muren te bezorgen. Zo'n job is belangrijk, want hij helpt een mens om zijn gedachten te verzetten en hij levert geld op. Geld om de televisie te kunnen betalen, want die huur je in de gevangenis. Geld om een cola te kunnen drinken, want meer dan water en koffie krijg je er niet geserveerd. Geld ook om je schuld in te lossen bij de nabestaanden van de slachtoffers.

'Ik ben blij met elk bezoek', zegt Ludo. 'Met vrijwilligers is het soms makkelijker praten dan met familie of vrienden. Het doet minder pijn als ze weggaan en je kunt onbevangener over het verleden praten met vreemden dan met bekenden. Mijn familie heeft de neiging mij in bescherming te nemen of om zaken te vergoelijken. Ze willen geen oude wonden openhalen. Ik wil echter praten over de feiten die ik gepleegd heb. Dat helpt me om tot inzicht te komen, om alles een plaats te geven.'

'Ga je vaak uitwaaien op de gevangeniskoer?' vraagt iemand.
'Nee,' zegt hij, 'ik wil elk risico uitsluiten dat ik in iets betrokken raak, waar ik liever buiten blijf. Als alles normaal verloopt, kan ik over een paar jaar vrijkomen. Ik wil mijn eigen toekomst niet in gevaar brengen.'

'Is er voldoende psychische begeleiding in de gevangenis?' Hij schudt het hoofd. 'Eigenlijk zijn er te weinig hulpverleners. Die zijn hier anders hard nodig. Zonder die mensen zat ik hier nu waarschijnlijk niet voor jullie. Dan had ik het niet volgehouden. Het is moeilijk om te leven zonder hoop.'

'Mag ik ook eens iets vragen?' zegt Ludo plots. 'Hoe kijkt de wereld buiten de gevangenis naar mensen als ik? Ik heb het gevoel dat ik met een grote stempel op mijn voorhoofd rondloop: CRIMINEEL.'
Iemand zegt dat het er een beetje van afhangt.
'Hoezo?' vraagt Ludo.
'Mensen reageren vaak afwachtend of afwijzend als ze met een ex-gedetineerde te maken krijgen. Maar als ze die persoon beter leren kennen, wordt het soms hun ex-gedetineerde, net zoals het ook hun asielzoeker, hun transseksueel of hun Marokkaan wordt. Persoonlijk contact slaat een brug, ook op plaatsen waar het water soms veel te diep lijkt.'

'Kunnen we je schrijven?' vraagt iemand bij het buitengaan.
Zeker', zegt Ludo, 'En ik schrijf altijd terug.
'Dan moet ik wel je volledige naam hebben', zegt die iemand.
'Ludo Verspaillie', antwoordt hij.

Thuis google ik Ludo Verspaillie. Ik krijg een paar tientallen hits. 'Moordenaar' lees ik. 'Psychopaat. Gebrek aan zelfinzicht'. Woorden van prikkeldraad waarachter iemand levenslang gevangen zit. Maar wat als een mens tot inkeer komt, tot zelfinzicht? Wat als hij na jaren fundamenteel veranderd blijkt? Verdient hij dan geen tweede kans?

'Zou jij hem als buurman willen', vraagt mijn vrouw?

Peter Theunynck

Café Prison is een reeks vormingen van Vorming Plus i.s.m. FOD Justitie – Strafinrichting Oudenaarde, de Hulp- en dienstverlening van de Vlaamse Overheid, Suggnomè en De Rode Antraciet

Bron: www.derodeantraciet.be