Een goede job, een knappe man, geen zorgen en toch opeens een jaar moeten brommen voor een jeugdzonde.

Piper Kerman maakte het mee. Haar boek vormde de basis voor het succesvolle Orange Is the New Black, een tv-serie over het rauwe leven in de vrouwengevangenis met veel zwarte humor en vrouwenliefde.

orange

Het was een warme meidag in 1998 toen opeens twee agenten aan de deur stonden van Piper Kerman. Kerman, een 28-jarige tv-producer die samenwoonde met journalist Larry Smith, zag opeens haar mooie leventje ineenstorten toen de agenten haar meedeelden dat ze gezocht werd voor drugshandel en het witwassen van geld. Een flater die de biseksuele Kerman vijf jaar eerder had begaan op vraag van haar ex-vriendin Nora, die in de slag zat met een drugshandelaar. Met een koffer vol drugsgeld was Kerman van Chicago naar Brussel gevlogen. Met de daver op het lijf, maar zonder gevolgen. Dacht ze toen. Tot Nora haar enkele jaren later aan de galg praatte.

Piper Kerman werd veroordeeld tot vijftien maanden cel, een straf die ze uitzat in de vrouwengevangenis van Danbury, Connecticut, een stadje zowat 100 kilometer ten noorden van New York. Dankzij haar voorbeeldige gedrag kwam Kerman twee maanden sneller vrij, maar die dertien maanden waren voldoende om haar leven voorgoed te veranderen. Elke dag denkt ze nog aan het leven achter de tralies, getuigde ze vorige week in de Volkskrant over die traumatische ervaring. Zelfs het kletteren van een bos sleutels is er nu nog te veel aan. "Daar reageer ik bijna dierlijk op."

In Orange Is the New Black. My Year in a Women's Prison, dat ondertussen in het Nederlands vertaald is, schreef Kerman enkele jaren later haar ervaringen van zich af. Over hoe handtastelijke bewakers de vrouwen tot op het bot vernederden, over de sociale en raciale spanningen, over het erbarmelijke eten met beschimmelde pudding als dieptepunt, maar ook over de vriendschappen en de humor die ze er ondanks alles ook ervoer. "Dat vond ik belangrijk. Beschrijvingen van Amerikaanse gevangenissen gaan meestal vooral in op de slechte omstandigheden daar, met reden. Maar als je wilt laten voelen dat daar echte mensen zitten, moet je ook hun grappige kanten laten zien. Het leven is nu eenmaal een mix van tragiek en humor."

Hoe traumatisch de ervaring ook was, achteraf bekeken hield Kerman immers redelijk goed stand in die harde wereld. Ze kluste er wat als elektricien en manusje-van-alles die de kleine mankementjes in de andere cellen oploste. Prullen vaak, zoals een kapotte ventilator, maar even vaak essentieel in een leven waar je niets anders had. Maar bovenal hield ze het hoofd boven water dankzij de vriendschappen die er groeiden.

"Toen ik pas binnen zat, was ik erg bang", vertelde Kerman in The Daily Telegraph. "Ik had me voorgenomen om mijn ogen open te houden en mijn mond toe. Maar als je nieuwsgierig bent en mensen neemt zoals ze zijn, krijg je een andere ervaring." Celgenoten werden vriendinnen tegen wie ze over van alles en nog wat kon praten. "Zonder vrienden kun je bijna niet overleven als je opgesloten zit. Menselijk contact is essentieel." Kerman heeft tot op vandaag nog steeds contact met celgenoten van toen.

Met haar boek wilde Piper Kerman tonen hoe het leven er echt aan toegaat in de Amerikaanse gevangenissen. Een doel waar ze in slaagde, al heeft ze dat vooral te danken aan Jenji Kohan, die naam had gemaakt met Weeds, de comedyserie over een marihuana dealende huisvrouw. Kohan ging voor het tv-platform Netflix met het boek aan de slag en bewerkte het tot een tv-serie waarin de rauwe ellende verteerbaar gemaakt wordt door de zwarte humor en de manier waarop de vrouwen met elkaar omgaan. Al zullen de veelvuldige vrijscènes wellicht ook wel een handje geholpen hebben om naam te maken.

Kerman, die als consultant bij de serie betrokken was, zegt opgetogen te zijn over het resultaat, ook al is de fictiereeks een aangedikte versie van haar boek. Eén van de opmerkelijkste verschillen tussen boek en scènes is de liefdesrelatie tussen de hoofdrolspeelster en haar ex die haar aan de galg praatte. In de serie zitten beide vrouwen samen in de gevangenis en is hun verboden liefde de stuwende kracht van het verhaal, in realiteit zaten ze maar vijf weken in hetzelfde cellencomplex. En terwijl beide vrouwen op tv nauwelijks van elkaar kunnen blijven, weigerde Kerman toen zelfs maar één woord te zeggen tegen de vrouw die haar verklikt had.

Televisie heeft nu eenmaal andere wetten dan een boek, maalt Kerman er niet om. "Het boek is erg introspectief, veel van de worstelingen spelen zich af in mijn hoofd. Toen ik opgesloten zat, probeerde ik conflicten zoveel mogelijk te vermijden - het verstandigste wat je kunt doen. Terwijl: televisie heeft conflict nodig. Ik denk dat de serie zonder die hilarische scènes een stuk minder kijkers zou hebben."

Dankzij het succes van Orange Is the New Black is Kerman in de Verenigde Staten nu een gerespecteerde stem in het debat over justitie en gevangenissen. Kerman, die ondertussen getrouwd is en een zoontje heeft, vervult die rol graag, al steekt ze in geen enkel interview onder stoelen of banken dat ze wat graag in een teletijdmachine zou stappen om die onbezonnen keuzes uit te wissen.

"Ik denk dat ik er een beter mens door ben geworden. Maar als ik terug kon naar de jaren 1992-1993 om mijn keuzes te veranderen, zou ik dat deze minuut nog doen. Omdat de gevangenis een traumatische ervaring is. Vanwege de pijn die ik Larry en mijn ouders, mijn broer en vrienden heb aangedaan. Mijn ouders moeten kwaad op me zijn geweest, kan niet anders, maar ze hebben het nooit laten merken. Ze reageerden alleen maar verschrikkelijk bezorgd. En wat voor mij het allerzwaarste telt: ik zag hoe de levens van mijn vriendinnen in Het Kamp waren verwoest, door drugs en drugsmisbruik. Ik heb bijgedragen aan verslaving, hoe dan ook. Dat vat ik niet licht op."

Bron: De morgen 20/09/14