De essentie van de vrijheidsberoving is dat de mensen beroofd worden van hun vrijheid en niet langer kunnen deelnemen aan het leven in de vrije samenleving. Dat klinkt nogal logisch en evident. Maat wat detentie met je doet is echter veel meer dan enkel je vrijheid ontnemen. De beperkingen, frustraties, zorgen, de stress, de krassen op je ziel, maken de straf tot meer dan wat de wetgever beoogt. Vrijheidsberoving is dan ook een zeer ingrijpende en schokkende gebeurtenis.


 

Van de aankomst in de gevangenis legt de gedetineerde een deel van zijn identiteit, zijn persoonlijkheid af: hij krijgt een rolnummer en een celnummer, zijn kledij wordt vervangen door een gevangenisuniform: persoonlijke bezittingen worden slechts toegestaan als ze reglementair zijn toegelaten. Voor alles is er toelating nodig, zelfs het toesteken van een klein beetje geld door familie of kennissen kan niet zonder toestemming.

 

Altijd en overal is controle, privacy is totaal onbestaand, zeker wanneer gedetineerden door overbevolking de cel moeten delen. Op elk moment van de dag en de nacht kan men in de cel bekeken worden. Na het bezoek bestaat de kans op een lijfonderzoek, de post wordt gelezen, vragen blijven onbeantwoord, je kiest niet met wie je een cel deelt en dus een gedeelte van je leven deelt. Dat leidt tot frustraties, machteloosheid, worde, apathie en het gevoel van totale afhankelijkheid.

Bovendien is de gevangenis geen gezellig clubje van zware jongens onder elkaar. Er heerst voortdurend angst voor de medegedetineerden, die ook strafbare feiten hebben geplaagd en waarmee men noodgedwongen moet samenleven. Het gevoel van veiligheid is volledig afwezig.

 

Rechten en plichten, een kort intermezzo

In de gevangenis

-          mag men bezoek ontvangen van bloed- en aanverwanten in de rechte lijn. Bezoek van andere

personen kan worden toegestaan, maar moet schriftelijk aan de directeur van de instelling worden gevraagd. Er mogen maximaal 3 personen tegelijkertijd op bezoek komen.

-          is dragen van eigen kleding gedeeltelijk toegestaan (niet alle kledij wordt toegelaten)

-          mag uitgaande post onder gesloten omslag worden afgegeven

-          is het toegestaan sommige voorwerpen en voedingsmiddelen op eigen kosten aan te schaffen

-          worden alle voorwerpen, behalve enkele strikt persoonlijke voorwerpen, zoals horloge en bril, in bewaring genomen.

 

De gevangenis laat weinig ver van wat nodig is om op een normale wijze te functioneren. Aanvaarding, respect, vertrouwen, verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag zijn ver zoek in deze totale institutie. De rol van vader, moeder, echtgeno(o)t(e) wordt  tijdens de detentie noodgedwongen onderbroken. Vanuit de cel is weinig te doen aan de problemen waarmee het thuisfront geconfronteerd wordt. Telefoontjes, brieven en bezoek bieden enig soelaas, maar leggen ook de onmacht pijnlijk bloot. Die onmacht en het gevoel nutteloos te zijn worden nog vergroot dor de invulling van detentie. De verveling en het gebrek aan een  zinvolle of constructieve bezigheid zorgen voor een gelatenheid die gedetineerden ook alle initiatief ontneemt om een eigen levensproject uit te bouwen. Zelfs arbeid wordt in zijn betekenis herleid tot tijdverdrijf en zakgeld voor de kantine.

Maar toch worstelen heel wat gedetineerden met de vraag welke plaats ze de detentietijd in hun leven moeten geven. Ze zoeken noodgedwongen naar een houvast om orde in de chaos te scheppen en het hoofd boven water te houden. Hun  “vrije” bestaan en hun dagelijkse gang van zaken werd immers afgebroken en kan door de detentie niet worden voortgezet. Een verblijf in de gevangenis is voor de gedetineerde dan ook een zware confrontatie met de fundamentele beperkingen van zijn eigen leven.

Hoe gedetineerden die beperkingen invullen kan heel erg verschillend zijn. De ene stelt vast met verbittering dat hij nogmaals het slachtoffer is geworden van een onrechtvaardig rechtssysteem. De andere ziet zich plotseling een halt toegeroepen in een leven dat een aaneenschakeling van materieel succes leek te worden. Nog een ander ziet verleden en toekomst instorten vanwege die ene stomme daad en voor nummer 4 betekent zijn opsluiting dat hij wellicht voor de zoveelste keer wordt geconfronteerd met zijn onmacht om van zijn leven iets te maken. Al deze aparte gevallen beleven hun situatie als een indringende confrontatie met de grenzen van hun vrijheidsberoving worden gesteld aan hun eigen mogelijkheden, persoonlijke relaties en sociale verbanden.

 

Ook de wijze waarop gedetineerden hun detentie verwerken is zeer uiteenlopend:

-          een eerste groep heeft weinig moeite met het leven in de gevangenis en ervaart de vrijheidsberoving niet als frustrerend of stresserend. Dat geldt voor hen die gewend of “getraind”zijn om in een institutionele setting te leven. Meestal hebben ze hun kindertijd of jeugd al in instellingen doorgebracht. Bij hun vrijlating ervaart die groep zeer veel problemen omdat ze dan zelf verantwoordelijkheid moet nemen maar daarvoor structureel kader missen.

-          een tweede groep is absoluut niet bestand tegen het leven in de gevangenis. Het ontbreekt hen aan psychische draagkracht waardoor ze verglijden in zware pathologie of (letterlijk) de detentie niet overleven.

-          een derde groep gaat in verzet en houdt aan door bijvoorbeeld heel wat protestbrieven te schrijven over alle mogelijke facetten van het gevangenisleven. Die houding vinden we minder terug bij langgestraften omdat deze houding op weinig tolerantie van rekenen bij medegedetineerden. Ze brengt immers het vrije gevangenisregime in gevaar.

-          een vierde groep zijn de modelgevangenen. Hun gedrag is formeel aangepast maar ze verschuilen zich achter een masker. Ze zijn eigenlijk nooit zichzelf, waardoor het onduidelijk is wie ze werkelijk zijn. Dat maakt een percentage van die groep alleszins tot het gevaarlijkst van de gehele gevangenisbevolking.

 

Het verblijf in de gevangenis creëert een werkelijkheid die er niet is. Die werkelijkheid bestaat alleen uit allemaal mooie herinneringen aan het vrije leven. In het begin zijn gedetineerden nog betrokken op de buitenwereld, maar na een tijdje houden ze zich voornamelijk bezig met wat er zich binnen de muren afspeelt. Daardoor ontstaat een vervormd beeld van de buitenwereld en hoe het er daar aan toe gaat. Wanneer de invrijheidstelling in het vizier komt, dient de werkelijkheid-van-buiten zich opnieuw aan. Onzekerheid en angst voor de toekomst zijn dan zeer reëel. Dan wordt pas duidelijk hoe gevangenen in de loop van hun opsluiting vervreemd zijn van de daad waarvoor zij in de gevangenis terechtkwamen.