In de psychiatrie zijn de meningen verdeeld over de term psychopaat en antisociale persoonlijkheid (asp).

Uitgaande van het psychopathieconcept opgesteld door Cleckly in 1941, ontwikkelde de Canadees Robert Hare ten behoeve van de meting ervan psychopathy checklist (pcl, Hare 1980) en later een herziene versie van deze psychopatic checklist-revised (pcl-r, Hare, 1991)

 

Het begrip psychopathie wordt ruimer opgevat dan de antisociale persoonlijkheidsstoornis uit de dsm-IV, die zich quasi uitsluitend richt op sociaal afwijkend gedrag en weerspiegelt zowel affectieve en interpersoonlijke kenmerken als sociaal afwijkende gedragingen.

Volgens dsm-IV (diagnostic and mentel disorders) toont antisociale persoonlijkheid veel overeenkomsten met klinische diagnose psychopathie. Van personen met de diagnose psychopathie voldoet 80 – 90% aan de diagnose antisociale persoonlijkheid. Omgekeerd voldoet een minderheid (30 – 40%) van de personen met antisociale persoonlijkheid aan de diagnose psychopathie.

Antisociale persoonlijkheid komt vaak voor in combinatie met (symptomen van) andere clusters bij persoonlijkheidsstoornissen, vooral de borderline en de narcistische persoonlijkheidsstoornis, waardoor het soms lastig is een onderscheid te maken.

Naar schatting is 1% van de mensheid psychopaat en ze zitten lang niet allemaal achter de tralies! Sterker, een hoop bekleden zelfs hoogwaardige functies en schoppen het juist heel ver. Van dé deskundige op het gebied van psychopathie is het boek Snakes in suits verschenen met daarbij een handige checklist pcl-r voor het bedrijfsleven. Een interessant artikel over dit onderwerp is psychopaten in pak op website intermediair.nl, waarin ook duidelijk wordt hoe moeilijk het soms is om erachter te komen of je al dan niet met een psychopaat hebt te maken. Dit in tegenstelling tot iemand met antisociale persoonlijkheid, die over het algemeen zijn afwijkend gedrag veel eerder toont.

Onderstaand in het kort de belangrijkste informatie over bepaalde testen. Het is echter aan te raden dat degene die de testen invult, dit zo eerlijk mogelijk doet. Indien er sociaal wenselijk wordt geantwoord wordt dit al snel doorgeprikt.

Vragenlijsten aangaande boven vermelde afwijkingen:

1.       MMPI-2

Dit is een vragenlijst (meer dan 500 vragen) die met akkoord of niet akkoord moeten worden ingevuld. Deze test kan persoonlijkheidskenmerken nagaan; welke symptomen iemand heeft, hoe iemand functioneert. Ook wordt nagegaan of er eerlijke antwoorden zijn gegeven. De test wordt veelal gebruikt in de psychiatrie.

2.       PCL-R

Dit is een instrument om na te gaan of iemand psychopaat is. Dit gebeurt vooral door dossieronderzoek, maar er wordt ook een interview afgenomen. De checklist bestaat uit 20 kenmerken die bij een persoon in meerdere of mindere mate aanwezig zijn. Voor ieder kenmerk wordt een 0 voor ‘nee’, 1 voor ‘iets’ en 2 voor ‘zeker van toepassing’ genoteerd. Het is aan leken niet geadviseerd deze test te gebruiken voor de ‘diagnose van ‘ vrienden of familie, maar dit over te laten aan gekwalificeerde professionals. Het geeft evenwel een aardig beeld of je met een psychopaat te maken zou kunnen hebben. Het prototype psychopaat scoort 40, iemand met een score van 30 of hoger komt in aanmerking voor de diagnose van psychopathie. Mensen zonder criminele achtergronden scoren rond de 5.

Veel niet psychopathische criminelen scoren gemiddeld rond de 22.

3.       HCR-20

Dit is een risicotaxatie instrument. Dit wil zeggen dat dit dient om te onderzoeken hoeveel kans er is dat een persoon overgaat tot agressief gedrag. Voor een stuk komen de gegevens uit het dossier (vooral dingen die gebeurd zijn in het verleden), maar er wordt ook een specifiek interview gedaan om informatie te krijgen over de ‘dynamische’ factoren (dit zijn factoren die kunnen veranderen). Dit zijn zaken in de persoonlijkheid van een persoon, hoe iemand met bepaalde problemen omgaat.

4.       BDHI-D

Dit is een vragenlijst over agressiviteit. Degene die de lijst invult moet met ja of nee antwoorden bij vragen over agressie. Deze test meet directe agressie (openlijk) en indirecte of ingehouden agressie. En dan wordt ook gemeten of er eerlijk wordt geantwoord.