Tien jaar geleden kwijnden gestoorde delinquenten zonder hulp of behandeling weg in de Belgische gevangenissen, een wantoestand waarvoor België dan ook meermaals werd veroordeeld. Justitie probeert daar inmiddels wel iets aan te doen, maar voor veel geïnterneerden blijft het zinloze wachten voortduren bij gebrek aan middelen en besluiten.

Ongeveer 1000 ge:interneerden of ontoerekeningsvatbaar verklaarden (dus bijna 10%), bevolken de Belgische gevangenissen en hun verhaal lijkt op de processie van Echternach (één stap voorwaarts, 2 achteruit!!). Het systeem van internering plakt aan hen. Het is zoals in de middeleeuwse vergeetput, maar dan in deze tijd getransponeerd.

 

In 2008 verbleven er per dag gemiddeld 994 geïnterneerden. Anderen blijven in een psychiatrische instelling of staan onder ambulante begeleiding, onder toezicht van de Commissies ter bescherming van de maatschappij. In de evolutie van de gevangenisbevolking valt de voorbije 10 jaar wel de grootste stijging te noteren bij de geïnterneerden. Om precies te zijn: de gevangenisbevolking in haar geheel steeg met meer dan 20%, die van de geïnterneerden met bijna 70% meer dan de gemiddelde stijging van de van vrijheid ontnomen personen. Deze stijging is ook te wijten aan de besluiteloosheid en gebrek aan verantwoordelijkheid van de Commissies om geïnterneerden een nieuwe kans te geven (het paraplusysteem is ook hier jammer genoeg alom aanwezig).

 

Geïnterneerden moeten volgens de wet worden behandeld in plaats van eenvoudigweg gestraft en opgesloten. Maar de behandeling is decennia lang een dode letter gebleken. Tenzij iemand uit een bemiddelde familie komt en door de financiële slagkracht en een goede advocaat in een private psychiatrische instelling terechtkomt. Maar de meerderheid van de geïnterneerden is minder fortuinlijk en belandt in “een afdeling van sociaal verweer” en ook wel “annex” (aanhangsel is hier een goede benadering, maar wel een zeer negatieve) genoemd in een gevangenis. Dit is onder meer in de Leuvense hulpgevangenis en de gevangenissen van Merksplas en Turnhout die honderden gestaarde delinquenten decennialang hun dagen verdoen zonder enige vorm van hulp, dit kost de samenleving onbewust handenvol geld, maar ze is er wel beschermd tegen het zogenaamde kwaad dat de geïnterneerden mogelijkerwijs zouden kunnen aanbrengen en de verantwoordelijken kunnen dan ook gerust zijn, doordat hun rol als “beschermer van de maatschappij” naar voldoening is verricht.

 

Tegenwoordig proberen ze in de gevangenissen ook therapeutisch te werken, er zijn enkele groepsactiviteiten en op de speciale afdelingen wordt getracht een leefgroepregime na te doen. Als een geïnterneerde daar iets mispeutert volgt direct een sanctie en wordt gestraft zoals een gewone gedetineerde (de ziekte is dan plots niet meer aanwezig). Het probleem is ook dat er naast de huishoudelijke regels van de gevangenis (meestal niet op schrift aanwezig) ook nog regels van de zorgteams bestaan. Scherpe voorwerpen mogen niet aanwezig zijn, maar als therapie zijn knippen en plakken bekende oefeningen.

 

Geïnterneerden komen in de gevangenis terecht voor uiteenlopende feiten, etalage ruiten vernielen en cd’s stelen in winkels, maar ook seksuele delinquenten. Het gaat meestal om minder zware misdrijven. Maar toch blijven mensen soms jaren opgesloten. Ze worden op  basis van een kort interview en enkele vragenlijsten (liefst met moeilijke woorden) geïnterneerd. Sommige van de geïnterneerden waren op het moment van de feiten “gestoord”  of ziek en hebben behandeling nodig in plaats van een opsluiting.

 

Op internering staat geen duur. De Commissies ter Bescherming van de Maatschappij bepalen wanneer iemand de kans krijgt om buiten de muren te gaan voor bijvoorbeeld ambulante begeleiding of voor een opname in een reguliere psychiatrische instelling. Het Europese “Comité voor preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing” heeft België al meer dan eens op de vingers getikt omdat het behandeling bij wet wel verplicht stelde, maar daar is België in de praktijk niets aangedaan (lees hier wederom dat het verantwoordelijkheidsgevoel ontbreekt bij de Commissies). Justitie probeert het euvel wel te verhelpen de laatste jaren. In elke gevangenis met geïnterneerden werd een zorgteam opgericht om toch iets (ongedefinieerd waarschijnlijk) aan te kunnen bieden.

 

Penitentiair beambten (PB) met het hart op de juiste plaats (zijn er toch nog naar het schijnt) doen meer dan hun opleiding (van 4 dagen als specialist “omgaan met mentaal zieke mensen”) van hen wordt verondersteld om het leefgroepregime in stand te houden. Omstreeks 17.00u. verlaten bijna alle opvoeders en psychiatrische verpleegkundigen immers de gevangenissen. De (gewillige) PB’s staan en dan alleen voor om de geïnterneerden “gezelschap” te houden, te kalmeren en hen bij te staan als ze een crisis hebben op medische zorg behoeden.

In de “annex” van de Leuvense hulpgevangenis waar een groepsregime heerst, is ’s avonds slecht één bewaker voor 14 gestaarde mensen aanwezig.