Met de pink aan de sleutelbos
lopen ze achter de tralies en zijn ommuurde cellen

ten prooi aan een ijzeren tucht
trillen zij voor de directie
en zijn bang voor hun meester:
de gevangenen.

Ze wensen zich gewapend
maar zijn te laf voor misdaad .
Door de spionnetjes spieden zij de cellen af,
en zien wat ze er nooit zouden willen zien
en kaarten zich maf in de ontgrendelde cel ,
waarin zij nachtwacht houden,
tot zij bij dageraad versuft goedemorgen prevelen
tot de uitgeslapen celbewoners die zij dienen .

Cipiers zijn dienaars , de assistenten,
de pakjesdragers , de loopjongens , de knechten,
de gidsen, de gorilla's , de liftboys, de barbiers,
de huisbewaarders , de bodes en de pro-dragers
van de gevangenen, die hun soms mild een grijnslach
gunnen voor hun diensten.

Jaloers wensen cipiers zich in hun dromen celbewoners
en zinnen op wraak .
Want zij wagen het niet te ontsnappen .