Minister van Justitie, het is een echte hondenstiel. Stefaan de Clerck weet er alles van. Van 1995 tot 1998 stond hij al eens aan het hoofd van het departement Justitie, een ontsnapping van Marc Dutroux maakte toen abrupt een einde aan die periode.

 

 

In december 2008 keerde hij, na een verwoestende Wetstraatstorm over de Fortisaffaire, terug om de fakkel over te nemen. Meteen stelde hij vast dat er ‘in 10 jaar niets veranderd’ was. De Clerck meende bij zijn heraantreden dan ook een grote hervorming. Van onder meer het college van procureurs-generaal, de Hoge Raad voor de Justitie, de organisatie Magistratuur & Maatschappij en de Orde van Vlaamse Balies lagen er bovendien blauwdrukken voor een modedrnisering van de rechterlijke orde op tafel.

In de afgelopen 3 jaar heeft er veel bewogen, maar helaas voor de Clerck is het nog altijd surplacen op Justitie. Tegelijk gebeurt er zowat elke dag wel iets waarvoor de ontslagnemende minister ter verantwoording wordt geroepen. Gevangenen ontsnappen met de regelmaat van een klok uit overbevolkte en hopeloos verouderde gebouwen. Aan hetzelfde tempo leggen cipiers het werk neer. De klachtenregen over de gerechtelijke achterstand houdt aan. Op andere momenten is er dan weer grote maatschappelijke beroering over onderzoeken zoals  operatie Kelk. Of over ‘het gebrek aan scherpte’ bij speurders die iemand veel te laat wisten te strikken. Leidende magistraten gebruiken hun mercuriales om op hoge toon het gebrek aan politieke besluitvaardigheid en de straffeloosheid van het beleid aan de kaak te stellen.

 

Eenheidsrechtbank

Nochtans kun je de Clerck niet verwijten dat hij geen moeite gedaan heeft. In een expressionistische stijl trok de Clerck in oktober 2009 met een uitvoerige nota over ‘een nieuwe architectuur voor justitie’ naar een zogenaamde werkgroep. Het aantal gerechtelijke arrondissementen zou worden teruggebracht van 27 naar 16. In elk arrondissement zou er een eenheidsrechtbank komen, om zodoende ook de huidige rechtbanken – van eerste aanleg, van koophandel, de arbeidsmarkt, de politierechtbank en de vredegerechten – samen te brengen en er afdelingen van te maken. Een rechtzoekende zou dan via een centraal loket naar een afdeling geloodst worden. Elke eenheidsrechtbank zou autonoom over een budget kunnen beschikken en geleid worden door een voorzitter-magistraat, bijgestaan door een manager. Daarbij werd gemikt op specialisatie en meer mobiliteit van de magistraten. De nota voorzag tenslotte een nieuwe tuchtregeling voor magistraten.

Een compromis kwam en zag er in grote lijnen als volgt uit. De schaalvergroting tot 16 gerechtelijke arrondissementen is verworven (achter Eupen en Brussel-Halle-Vilvoorde stond weliswaar nog een vraagteken) en in elk arrondissement blijven alle rechtbaken bestaan. Maar die zullen niet werken met een centraal loket. Per arrondissement komt er ook een ‘beheersentiteit’.

In een college met de diverse rechtbankvoorzitters beslissen die entiteiten zelfstandig over de inzet van magistraten en ander gerechtspersoneel, het gebouwenbeheer en de werkingsmiddelen.

Die ‘chapeau’ voor het nieuwe beheer, die ook per rechtsgebied voor de hoven van beroep en de arbeidshoven zou gelden, was de ondergrens, het politieke minimum om nog door te gaan met hervorming. Maar de vervroegde parlementsverkiezingen van 2010 verhinderden dat. Sindsdien zijn meer dan 500 dagen verstreken en is in het regime van lopende zaken het hele hervormingsopzet stilgevallen. Dat het sowieso een omslachtige operatie zou worden, gespreid over vele jaren en met talloze wetswijzigingen, was bekend.

De beweging die maar geen verandering wil worden.

                                                                                      BRON: KNACK EXTRA nov. 2011.