Van de naoorlogse ministers van Justitie hebben alleen Alfons Vranckx (1968-1973), Jean Gol (1981-1988), Melchior Wathelet (1988-1995) en Stefaan de Clerck (1995-1998, 2008-2011) langer dan 4 jaar op het departement doorgebracht.

 

In het beste geval letten de ministers, met de middelen die zij ter beschikking kregen, op de justitiewinkel. Zelden werd de tijd genomen om het noodzakelijke vertrouwen van de magistratuur te winnen om zo, in samenspraak met de magistraten, tot deugdelijke hervormingen te komen.

De 4 uitzonderingen die wel lang genoeg op het departement verbleven, die misten dan weer telkens om andere redenen de kans om justitie te moderniseren.

De Leuvenaar Vranckx bracht 5 jaar door op het departement. Vranckx had een uitstekende relatie met de magistratuur en had een aantal hervormingen kunnen doorvoeren. Ware het niet dat de conservatieve socialist geregeld door zijn eigen socialistische partij in de wielen gereden.

De Luikse liberaal Jean Gol bracht 7 jaar door op justitie, even lang als de grote 19e -eeuwse justitie hervormer Jules le Jeune, de maker van de gelijknamige wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling. Doch Gol combineerde Justitie met het vicepremierschap, Institutionele hervormingen en zelfs voor een tijd met Buitenlandse Handel. Bovendien was de liberale voorman al te intens met de dagelijkse machtspolitiek begaan om een spoor te trekken op het justitiedepartement.

De Waalse christendemocraat Melchior Wathelet, die eveneens 7 jaar op Justitie bleef, miste dan weer de nodige daadkracht en zeker de ideeën om tot grote hervormingen te komen.

De Kortrijkse CD&V'er Stefaan de Clerck bracht in de regering De Haene II 3 jaar door op Justitie en is intussen, nu met de regering in lopende zaken, aan zijn 4e jaar op het departement bezig.

Tijdens zijn 1ste verblijf op Jusitie werd de Clerck geconfronteerd met de pijnlijke nasleep van de zaak Dutroux. In de huidige regering trad hij aan nadat zijn voorganger Jo Vandeurzen, die alles in zich had om een minister van Justitie van formaat te worden, ontslag nam als gevolg van vermeende inmenging in het Fortisarrest. Dat laatste incident zette de zo al moeilijke relatie tussen de magistratuur en de politiek alweer op scherp en zou finaal ook leiden tot het vroegtijdige ontslag van de hervormingsgezinde voorzitter Ghislain Londers van het Hof van Cassatie.

Elk nieuw aantredende minister van Justitie maakte er zaak van grote hervormingen aan te kondigen. Doch meestal raakte hij dan niet verder dan wat gemorrel in de marge en het opwekken van wrevel bij het college van procureurs-generaal en de magistratuur met voorstellen die weliswaar de media haalden maar waarvan de praktische uitwerking telkens onmogelijk zou blijken.

En zo blijven de grote, noodzakelijke hervormingen uit en krijgt het blazoen van Justitie een steeds doffere glans.

De toestand in de gevangenissen blijft deerniswekkend. De gevangenisgebouwen zijn hopeloos verouderd. Door de opeenvolgende besparingen werden de plannen voor nieuwe gevangenissen telkens uitgesteld, terwijl het aantal gevangenen, onder wie kostgangers die veeleer in psychiatrische instellingen thuishoren, gestaag toenam.

Rekeningen van externe gevangenismedewerkers raken te laat of helemaal niet betaald. Verderop in dit blad getuigt advocaat Raf Jespers van Progress Lawyers Network dat het vaak niet eens duidelijk is waarom een veroordeelde dan weer wel of weer niet wordt opgesloten. Steeds meer minderjarigen worden als volwassenen berecht en belanden niet in jeugdinstellingen maar in gewone gevangenissen.

De gerechtelijke achterstand blijft aanhouden, maar intussen verzetten de magistraten zich met alle middelen tegen elke poging tot werklastmeting.

De grote fraude- en corruptiedossiers als KB Lux, Beaulieu en de obussenaffaire kregen nooit hun beslag. In geen van deze zaken was het duidelijk of hier nu onkunde dan wel onwil in het spel was – vaak ging het om beide.

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel is nog altijd niet afgerond en dreigt in 2015 te verjaren zonder dat we ooit zullen weten wie de daders waren van deze moorddadige roofovervallen. Gelukkig blijven speurders voortspitten, met de moed der wanhoop, ondanks de geringe belangstelling en ondersteuning van hun superieuren bij de politie en de onderzoeksmagistraten.

Het beloofde informaticasysteem voor justitie is veelbesproken maar staat tot op vandaag nog nergens.

Toch is het niet alleen de politiek die hier in gebreke blijft. Het zou de zaken alvast een stuk vooruithelpen mocht ook de magistratuur bereid zijn zich blijvend te verdiepen in de juiste verhouding tussen recht als idee en recht als werkelijkheid. Maar dat laatste vergt ook enig zelfonderzoek.

BRON: KNACK EXTRA

Novenber 2011