GENT - Het Gentse parket-generaal heeft zware bedenkingen

bij de wet die het mogelijk maakt dat criminelen hun proces afkopen. Een wet die het, als openbaar ministerie, nota bene zelf moet toepassen.

De wet op de verruimde minnelijke schikking heeft al heel wat stof doen opwaaien, maar bij de opening van het gerechtelijk jaar, gisteren, kwam de kritiek uit zeer opmerkelijke hoek: die van het openbaar ministerie. In de hele regeling is het het openbaar ministerie dat de wet moet toepassen door te beslissen of iemand voor de rechter moet verschijnen of een financiële deal mag sluiten.

Sinds juli vorig jaar mag het openbaar ministerie (met andere woorden: de parketten) beslissen om zo’n deal te maken met criminelen die worden verdacht van een misdrijf waarop een straf tot twintig jaar cel staat. Een proces afkopen kan op elk moment van het onderzoek en zelfs wanneer het proces al aan de gang is. In Oost- en West-Vlaanderen samen is al een tiental van die schikkingen voorgesteld.

De onderzoeksrechters, die de gerechtelijke onderzoeken moeten sturen, spreken van een systeem dat niet transparant is. De Liga voor Mensenrechten stapte naar de Raad van State om de rondzendbrief over de wet te laten vernietigen.

De Gentse advocaat-generaal Paul Kenis legde tijdens de mercuriale rede onder meer de volgende pijnpunten in de wet bloot.

1 Er is nog te veel onduidelijkheid over de schadevergoeding voor het slachtoffer van het misdrijf.

Om als dader gebruik te kunnen maken van de minnelijke schikking, moet het slachtoffer eerst een schadevergoeding krijgen. Maar de wet over de schikking zegt niet duidelijk hoe die schade kan worden bepaald. Daardoor riskeert een slachtoffer toch nog een lange burgerlijke procedure te moeten doorlopen, terwijl een dader aan een proces kan ontsnappen.

2 Kan een dader nog de maximumstraf krijgen als de schikking toch niet doorgaat?

In de wet staat dat het openbaar ministerie een proces alleen mag laten afkopen als ‘het meent dat een feit niet moet worden bestraft met meer dan twee jaar gevangenis of een zwaardere straf’.

Maar het kan altijd gebeuren dat de schikking afspringt voor (of tijdens) een proces en de verdachte toch nog voor de rechter moet verschijnen.

‘Kan het openbaar ministerie dan nog meer dan twee jaar gevangenis vorderen?’, vraagt het parket-generaal zich af.

3 De wet houdt geen rekening met de financiële situatie van de verdachte om het bedrag van de schikking te bepalen. Die moet enkel in verhouding zijn tot ‘de zwaarte van het misdrijf’. ‘Het spreekt voor zich dat ook rekening gehouden moet worden met andere elementen, zoals de voorgeschiedenis en de financiële situatie van de verdachte’, vindt het parket-generaal.

4 Volgens de wet is alleen inzage in het dossier mogelijk als de strafvordering al is ingesteld.

‘Vreemd’, vindt het Gentse parket-generaal, ‘want normaal gezien kan er toch ook inzage zijn in de fase van een opsporingsonderzoek?’

Van onze redacteur

Bron: De Standaard