Het nieuwe schooljaar begint niet alleen op school. Ook achter tralies wordt er duchtig geblokt. Elk jaar reiken onze gevangenissen honderden diploma’s en attesten uit. Knack ging praten met 3 veroordeelden uit Leuven-Centraal. De ene wil binnenhuisarchitect worden, de andere ‘gewoon’ Nederlands leren. Maar over één ding zijn ze het eens: die studie heeft hun leven veranderd.

C. (30) is een bezige bij: hij werkt als technicus, helpt anderstalige gedetineerden met hun papierwerk, maakt televisie (Jail TV) én bepaalde al een map vol diploma’s en attesten. ‘Het studeren is zwaar, maar zo vergeet je even de tralies’.

‘Ik heb altijd gedacht dat ik een grote dommerik was. Voor mijn dertiende ging het nog vrij goed op school. Maar toen ben ik misbruikt, waardoor mijn karakter is veranderd. Ik kreeg problemen thuis, werd agressief en raakte aan de drugs. Het duurde niet lang of ik zat in een jeugdinstelling. Je krijgt daar wel les, maar meer dan ‘7 plus 12’ is dat niet. Een diploma heb ik daar dus nooit behaald. Toen ik op mijn 24e werd opgepakt – 6 jaar geleden – was mijn zelfbeeld heel laag. En mijn toekomst zag er niet rooskleurig uit: in het allerslechtste geval moet ik 41 jaar brommen. Maar in de gevangenis organiseerde de VDAB een assessment training: 2 weken lang kregen we opdrachten, in groep. Wiskunde, begrijpend lezen, teamwork… Op basis daarvan gaven ze ons jobadvies. Je gelooft nooit wat er bij mij uit de bus viel: psychiater! (glundert) En later deed ik ook nog een IQ-test. Ik haalde een score van 136,25: hoogbegaafd. Ik schrok me een ongeluk!

‘Dus begon ik te studeren. Hoe meer vakken ik blokte, hoe meer ik veranderde. Eindelijk begon ik in mezelf te geloven. Vroeger piekerde ik constant: kon ik de tijd maar terugdraaien. Nu wil ik er vooral voor zorgen dat dat in de toekomst niet meer hoeft. Uiteraard ben ik niet trots op wat ik heb gedaan, maar ik ben wél blij dat ik in de gevangenis ben beland. Anders zat ik nu al lang onder de grond. Ik was heel fout bezig.

‘Een van de eerste grote horden in de gevangenis was mijn ASO-diploma. Dat is heel anders uitgedraaid dan ik had verwacht. Ik haatte aardrijkskunde. Maar die leerkracht – een topkerel – gaf me een eindwerk over vulkanen. Uiteindelijk is dat een boek van 80 bladzijden geworden. Het is zelfs te koop, online! Als je vroeger mijn naam intikte op Google, kwam je de vreselijkste dingen tegen. Nu vind je informatie over mijn boek.

‘Hoeveel diploma’s ik heb behaald? (glimlacht breed) die vraag had ik verwacht. Daarom heb ik deze map meegebracht. (toont een dikke ringmap vol attesten en diploma’s). Boekhouding, bedrijfsleer, fysica, economie, biologie, elektriciteit… Ik heb ook al heel wat proclamaties meegemaakt. Die geven me altijd een dubbel gevoel. Enerzijds trots, maar tegelijkertijd schaam ik me ook. Als kind droomde ik ervan om chirurg te worden. Nu sta ik als 30-jarige op een podium voor een attestje Engels of economie.

‘Een van de studies die me het meest hebben veranderd, was psychologie. Dankzij BIS (Begeleid Individueel Studeren) kon ik algemene, sociale en ontwikkelingspsychologie volgen. Ik heb nooit therapie gekregen na dat seksueel misbruik, dus ik heb mezelf maar in die materie verdiept. Zo ging ik eindelijk beseffen wat het betekent om slachtoffer te zijn. Een tijdje geleden ben ik ook begonnen met psychologie aan de open universiteit, maat dat was toch te zwaar. Hier in de gevangenis wordt je constant geconfronteerd met al die problemen, vaak zelfs uitvergroot.

‘Ik hoop dat ik binnenkort met een opleiding binnenhuisarchitectuur kan beginnen. Dat heeft me altijd geïnteresseerd. Toen ik nog vrij was, zat ik serieus aan de drugs. Maar toch heb ik mijn huis helemaal verbouwd. Als ik oude meubels vond, knapte ik ze op. Het is leuk om kleine ruimtes groter te laten kijken. Al maak ik me geen illusies: ik zal van mijn cel nooit een loft kunnen maken.

‘Hopelijk kan ik ooit weer deelnemen aan het gewone leven, buiten. Maar ik besef heel goed dat iedereen vooroordelen heeft. Mijn strafblad en de littekens op mijn gezicht zullen de zoektocht naar werk niet eenvoudiger maken. Daarom wil ik zoveel mogelijk diploma’s kunnen voorleggen, zodat ze weten dat ik veranderd ben. Maar ik wil sowieso ook blijven studeren. Die studie psychologie zal ik zeker ooit weer oppikken’.

De cel van A (38) hangt vol handgeschreven woordenlijsten: Nederlands en Engels. En ook enkele tekeningen. Eentje van ‘zijn’ premier Erdogan, en een van een Turkse actrice. ‘Door te tekenen, kan ik communiceren met mijn zonen’.

‘Enkele jaren geleden ben ik begonnen met een bouwopleiding. Het leek me goed om een stiel te kennen, voor als ik zou vrijkomen. Mijn toekomstperspectief zag er toen vrij goed uit: ik heb 7 jaar gekregen, waarvan ik al 4,5 jaar heb uitgezeten. Maar in één klap veranderde alles. Er is beslist dat ik na mijn vrijlating uitgeleverd word, heb ik zeker nog 15 maanden militaire dienst voor de boeg. Daarna zal ik er alles aan doen om terug te keren naar België, voor mijn kinderen. Ze zijn 13 en 8 en ze zitten op internaat, omdat hun moeder ook in de problemen zit. Die situatie vreet aan mij.

‘Door die onzekere toekomst heb ik mijn bouwopleiding stopgezet. Ik focus nu vooral op de lessen Nederlands en Engels. Communicatie is alles. Anders raak je geïsoleerd en word je depressief. Dat is niet gezond, niet voor jezelf en ook niet voor de samenleving. Trouwens: als je hier in België leeft, moet je de taal kennen. Bovendien heb ik die taal nodig om met mijn zonen te kunnen praten. Op het internaat spreken ze altijd Nederlands. Voor hen is dat goed: als ze de taal kennen, wordt hun toekomst veel makkelijker dan de mijne. Maar ik moet dus nog flink schaven aan dat Nederlands. En Engels? Tja, daar heb ik altijd van gedroomd. Daarmee kan je overal terecht.

‘Makkelijk is het zeker niet, dat studeren. Mijn hoofd zit te vol met gedachten en zorgen. Om te studeren moet je dat kunnen leegmaken en daar is veel discipline voor nodig. Maar ik oefen zo vaak ik kan. Helaas krijgen we maar 2 uurtjes per week les. Daardoor vergeet je alles veel sneller. Of misschien heb ik gewoon een slecht geheugen (lacht) Ik had gehoopt dat ik meer zou kunnen oefenen met andere gedetineerden, maar de meesten zijn niet geïnteresseerd. Ik heb wel enkele vrienden, maar die kan ik op één hand tellen.

‘Het studeren heeft me als persoon verrijkt. Ik kom uit een klein dorp uit Turkije en daar beseften de mensen niet hoe belangrijk school is. In de lagere school werd ik meteen gecon-

fronteerd met de harde realiteit: ik kom uit een Koerdische familie, maar op school mocht er - bij wet – alleen Turks gesproken worden. Ik moest dus eerst de taal leren, voor ik aan de rest kon beginnen. En thuis kon niemand me helpen, want ze spraken geen woord Turks. Bovendien zijn de Turkse scholen heel anders dan bij ons. Ze willen ons discipline bijbreng-

en. Ik werd bang om naar school te gaan en heb nooit voortgestudeerd. Pas rond mijn zeventiende kreeg ik daar spijt van, maar dan was het te laat. En toen ik naar België kwam, als jonge twintiger, had ik geen tijd om te studeren. Maar hier in de gevangenis werd ik geconfronteerd met mezelf. Ik heb veel tijd gekregen en die wil ik nuttig gebruiken.

‘Gelukkig beseffen mijn kinderen wél dat ze goed moeten studeren. Dat probeer ik hen altijd mee te geven. De oudste doet het prima op school, hij wil opvoeder worden. Maar de jongste heeft concentratieproblemen. Daardoor is hij naar het bijzonder onderwijs beland. Nochtthans is die jongen ontzettend slim, dat wéét ik. Maar door de taal komt hij in de problemen en krijgt hij meteen een stempel. Dat baart me zorgen. Om mijn zonen te steunen, schrijf ik veel brieven. En enkele jaren geleden ben ik begonnen met stripverhalen. Ik blijk nog talent te hebben ook. (glundert). Als kind tekende ik al: portretten van oude familieleden. tot groot jolijt van de rest. Ik besefte dus wel dat er iets was, maar hier kan ik dat talent pas echt ontplooien.

In de buitenwereld was Di(50) kwaliteitsmanager, hierbinnen werkt hij als educatief mede-

werker. Zelf studeert hij vooral ’s nachts, als de celdeur op slot gaat. ‘Ik wil mijn hersenen actief houden en van alles bijleren, voor als ik straks vrijkom’.

‘Vanaf mijn 1ste dag in de gevangenis – nu ongeveer 9 jaar geleden – begon ik te studeren. Aanvankelijk deed ik dat om mijn zoon te motiveren : hij werd net als ik veroordeeld tot een

lange straf, terwijl hij amper 18 was (D. zijn zoon verblijft ook i Leuven-Centraal, nvdr). Ik wilde absoluut voorkomen dat hij zijn studies zou opgeven. Dus zijn we samen begonnen aan de opleiding kok/hotelmanager. Dat valt niet te onderschatten: in 3,5 jaar tijd moesten we de zware vakken als dieet- en voedingsleer blokken. Plus de praktijk natuurlijk. En op het einde verschenen we voor een middenjury. Met succes. Mijn zoon kreeg de smaak te pakken, hij studeert nu informatica. Zelf koos ik voor mijn oude liefde: managementwetenschappen. Vooral de financiële kant wil ik bijspijkeren, want dat was altijd mijn zwakke punt.

‘Intussen zit ik in mijn 3e jaar. Eenvoudig is dat zeker niet. Ik werk nu bijvoorbeeld aan een paper over competentiemanagement, waarvoor ik alle informatie over één bepaald bedrijf nodig heb. Dat is sowieso geen simpele klus, maar als je hierbinnen zit, wordt het helemaal een uitdaging. Zeker omdat er geen memorysticks binnen mogen en we ook niet op het internet kunnen. ik moet dus heel veel sleuren met dikke dossiers. het zou zo veel eenvoudiger zijn mochten we toegang krijgen tot studienet, een gesloten leeromgeving van de open universiteit. Daar blijf ik voor ijveren. De mensen buiten moeten beseffen niet hoe moeilijk we het hebben. Maar gelukkig krijg ik veel steun van vrienden uit het bedrijfsleven en van de universiteit. Binnenkort zal ik persoonlijk begeleid worden door een van de proffen aan de KUL: nog iets waarvoor ik lang heb moeten streven, maar het is wel een belangerijke extra motivatie.

‘Vroeger was ik aan de slag in het werkhuis, maar nu ben ik educatief medewerker. Ik controleer bijv. of iedereen aanwezig is in een bepaalde les. De gedetineerden zijn natuurlijk niet verplicht om onderwijs te volgen – alles gebeurt vrijwillig - maar ik probeer hen toch te motiveren. En als ze zich inschrijven, zijn ze verplicht om op tijd in de les te zitten en het lesreglement te respecteren, net als in de ‘echte wereld’. Iedereen heeft trouwens recht om te studeren, ook de zwaksten. Mensen die een zedendelict hebben gepleegd, bijvoorbeeld. Al vinden zij het vaak moeilijker om die stap te zetten. Omdat ze zich schamen. Maar diploma’s zijn een ongelofelijke troef. Daarom probeer ik iedereen te overtuigen: pak daar toch mee uit, als je bijvoorbeeld op zoek gaat naar werk, of als je vervroegd wilt vrijkomen. Zo werkt het in de buitenwereld toch ook? Je moet jezelf verkopen.

‘De datum van mijn voorlopige invrijheidstelling ligt in 2014. Dan wil ik mijn bachelordiploma op zak hebben. Ik hoop dat is snel weer aan de slag kan, hierbuiten. Hopelijk houdt de strafuitvoeringsrechtbank daar rekening mee . Want ja., ik heb een fout begaan. Maar iedereen verdient toch een 2e kans? Ik zou graag iets teruggeven, later. Door weer in het bedrijfsleven te stappen, als kwaliteitsmanager bijvoorbeeld. Maar dat kan alleen als de strafuivoeringsrechtbank toestemming geeft. Ik doe in ieder geval mijn best, door nu zo hard mogelijk te studeren’.