BRUGGE - Michelle Martin trok naar een klooster omdat ze nergens anders terecht kon. Veel andere ex-gedetineerden kloppen aan bij een opvangtehuis, omdat ze nergens terecht kunnen. En nog niet klaar zijn voor de grote, boze wereld. In Brugge helpen de aalmoezeniers van de gevangenis hen al tien jaar. In de luwte. En dankzij giften. ‘Wie zou hun anders nog een kans geven?'

 

Een zware jongen, dat is het minste wat je van C. (33) kunt zeggen. Zes jaar heeft hij in de gevangenis gezeten. ‘Voor heel zware feiten.' Zijn slachtoffer kan het niet navertellen. Een drugsverleden, dat heeft hij ook. ‘Maar van de drugs ben ik nu af.'

Hij is niet fier op wat hij heeft gedaan. ‘Ook in de gevangenis was ik niet de braafste', zegt hij.

‘Ik ben vaak overgeplaatst. Brugge, Hasselt, Vorst, Sint-Gillis, ik heb er gezeten. Jaren heb ik alleen in een cel moeten zitten. Met twee of vier in een cel? Dat draaide altijd uit op vechtpartijen.'

‘Toen ik vrijkwam, stond ik van de ene op de andere dag op straat. Ik kon nergens heen. Ja, misschien naar een opvangtehuis voor thuislozen in Brussel, waar ik vandaan kom. Maar daar wonen mijn vrienden. Daar ben ik op het verkeerde pad geraakt. De kans om te hervallen, zou er groot zijn. Hier zit ik veiliger. Al twee maanden.'

Hier, dat is Huize Pit-stop in het centrum van Brugge, waar een tiental ex-gedetineerden, gevangenen die onder voorwaarden zijn vrijgelaten en thuislozen, worden opgevangen en begeleid in het zoeken naar een woonst of werk.

Ze mogen er maximaal een jaar blijven. De tijd om hun leven weer op orde te brengen. Om het huishouden te leren doen. Om te sparen. Of hun schulden af te betalen. Om stap voor stap aan hun plotse vrijheid te leren wennen, zonder meteen op die angstaanjagende wereld te worden losgelaten.

Religieuze giften

‘Dit is een asiel voor mannen die nergens anders terecht kunnen. Een noodoplossing', zegt Antoon Vandeputte, een van de aalmoezeniers in de gevangenis van Brugge en een van de initiatiefnemers van het project Pit-stop, dat tien jaar geleden werd gelanceerd. ‘Dit is geen vluchthuis voor gevangenen die het alleen zien als een manier om onder hun straf uit te komen.'

Hij benadrukt het, want de heisa rond de vervroegde vrijlating van Michelle Martin en de aanvragen van Michel Lelièvre en Marc Dutroux doen Pit-stop geen deugd.

‘We hebben dit huis ( eigenlijk twee huizen die aan elkaar palen, red. ) in erfpacht gekregen van de Congregatie van de Zusters Onze-Lieve-Vrouw ten Bunderen. De drie professionele krachten, twee maatschappelijk assistenten en een opvoedster, worden betaald met giften. Van religieuzen. En van sympathisanten. Maar die giften zijn het voorbije jaar fors gedaald.' De schuld van de crisis? Misschien. De schuld van Martin? Dat zeker.

‘Onze zaak wordt moeilijker verkoopbaar', zegt Vandeputte. ‘Als ik over Pit-stop spreek, krijg ik vaak tegenwind. Laat ze toch in den bak zitten, daar zitten ze goed , hoor je dan. Maar wat als ze na tien jaar vrijkomen? Want vrijkomen, doen ze ooit.'

Lang in bed

‘Bewaakte vrijheid', noemt Vandeputte het leven in Huize Pit-stop. ‘De mannen komen hier vrijwillig, ze gaan ook weg wanneer ze willen. Alleen wie vervroegd is vrijgelaten, heeft van de strafuitvoeringsrechtbank meestal als voorwaarde gekregen dat hij op dit adres moet verblijven', zegt maatschappelijk assistente Leonie Rosseel, die het huis runt.

‘Iedereen heeft zijn eigen kamer, maar in het huis zijn er regels. Zo moeten de mannen zelf het huishouden doen. Elke week wordt afgesproken wie wanneer voor de groep kookt, wie ervoor zorgt dat de keuken en de leefruimte er proper bijliggen, enzovoort.'

Dat verloopt niet altijd vlekkeloos. Dennis (37) maakt zich dik dat de vaat nog niet is gedaan en doet het dan maar zelf. ‘Nochtans is het niet mijn beurt', zegt hij.

Dennis is een Nederlander en heeft er anderhalve maand cel opzitten. Hij was bij verstek veroordeeld voor oplichting van zijn ex-vriendin. ‘Leugens.'

Hij heeft het hier best naar zijn zin, zegt hij. En de andere bewoners? ‘Die zijn oké. Ik hoef niet te weten wat ze hebben gedaan. In de ziekenboeg in de gevangenis lag ik tussen een moordenaar en een pedofiel. Maar daardoor voelde ik me nog niet onveilig. We vertellen hier niet ons hele leven aan elkaar. Daar hebben we geen behoefte aan. We lachen en kijken 's avonds samen tv.'

‘Een echte leefgroepwerking is er niet', zegt Rosseel. ‘Elke ochtend is er wel om 9.30 uur een vergadering. Wie hier nog maar net is, heeft het daar soms moeilijk mee. Ze liggen lang in bed.' ( lacht )

Vandeputte: ‘In de gevangenis slapen de meesten tot de middag, om de dagen zo kort mogelijk te maken. De dag dat ze vrijkomen, is het plots aanpassen.'

‘Die tijd willen we hen in het begin wel geven', zegt Rosseel. ‘Maar na een week geen excuses meer'.

Voor alcohol en drugs is er vanaf dag één een nultolerantie. Sommige drugsverslaafden houden het regime niet vol en trekken de deur zelf achter zich dicht.

Het verloop is dan ook groot. ‘Nu zijn alle kamers bezet', zegt Rosseel. ‘Een week geleden waren er maar zes ingenomen. Twee mannen zijn toen buitengezet, nog twee zijn zelf vertrokken.'

‘We moeten ergens de grens trekken', zegt Rosseel. ‘Mannen met een drugsverleden zijn welkom. Maar we waken erover dat er niet te veel in de groep zitten, om het evenwicht te bewaren. Daarom ook moeten we veel aanvragen van gedetineerden weigeren.'

‘Wie zware drugsproblemen heeft, zal bij ons geen hulp vinden. Die moet in behandeling gaan. Ook mensen met psychiatrische problemen kunnen we moeilijk aan. We zijn maatschappelijk assistenten, geen therapeuten.'

Hoe succesvol Huize Pit-stop is, valt moeilijk te zeggen.

Vandeputte: ‘Wie vertrekt, volgen we niet op. Sommigen belanden na hun verblijf hier weer in de gevangenis, om later opnieuw aan te kloppen. Maar ik weiger te spreken over een vicieuze cirkel', zegt Vandeputte. ‘Dat wil zeggen dat iedereen die hier komt en gaat ooit weer terugkeert. Dat is niet zo.'

‘Zelfs als elk jaar maar twee of drie mannen dankzij Pit-stop hun leven weer op de rails krijgen, hebben we een verschil gemaakt. Wie zou hen anders een kans hebben gegeven?'

Kost en inwoon: 515 euro

Het grootste struikelblok voor veel ex-gevangenen om weer helemaal in de samenleving mee te draaien, is geld.

‘Als Martin na 16 jaar met slechts 500 euro uit de gevangenis komt, dan geloof ik dat. Wie het geluk heeft om in de gevangenis te werken, verdient 0,84 euro per uur. Voor alle extraatjes, zoals melk of telefoneren, moet je in de gevangenis betalen. Alleen als je familie je wat geld toestopt, kun je wat sparen. Maar veel langgestraften krijgen nauwelijks bezoek. Ga op de huurmarkt dan maar een huis vinden', zegt Vandeputte.

In Huize Pit-stop is het verblijf ook niet gratis. Rosseel: ‘Kost en inwoon is er voor 515 euro. Niet weinig als je een leefloon trekt. Maar goedkoper kan echt niet.

De rest van hun geld beheren wij. Budgetbeheer is een voorwaarde om hier te verblijven. Wie uit de gevangenis komt, moet je leren sparen. Als het nodig is, gaan we ook met de gasten naar een verhuurder, naar een vastgoedkantoor of een uitzendbureau.'

'Onze naam is in Brugge al goed bekend. Jammer genoeg opent het geen deuren. Dat is nog het lastigste: het deksel dat de mannen altijd op hun neus krijgen, de stempel die ze hun hele leven dragen.'

 

Bron: De Standaard.