BRUSSEL - Tegen de aanbevelingen van de Commissie Seksueel Misbruik in, dalen de toelagen voor centra die pedofielen begeleiden. ‘Besparen op de therapieën voor daders is een zeer vreemd signaal', vindt kinderpsychiater Peter Adriaenssens.

 

Tot tweemaal toe kreeg minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) een brief van gewestelijke steuncentra die therapie geven aan zedendelinquenten. Maar de vraag om niet te raken aan hun toelagen en liefst zelfs wat meer aan hen uit te geven, is op het kabinet-Justitie in dovemansoren gevallen. Dit jaar dalen de subsidies voor die centra met bijna zestigduizend euro naar 835.000 euro. Dat staat in de begroting van de federale overheidsdienst Justitie.

Het lijkt een relatief bescheiden daling, maar uit de correspondentie naar de minister blijkt dat het water de therapeuten al lang aan de lippen staat.

Meest agressieve daders

Aan Vlaamse kant is het Antwerpse Universitair Forensisch Centrum (UFC) lijdend voorwerp van de besparing.

‘Dit brengt ons zeker in de problemen', zegt psychiater Paul Cosyns van het UFC, waar de afgelopen twintig jaar ruim duizend zedendelinquenten in therapie gingen. Ruim de helft daarvan had minderjarigen misbruikt. Het UFC krijgt de zwaarste gevallen over de vloer.

Cosyns: ‘Daders van agressieve feiten, waarbij de slachtoffers vaak fysiek zwaar zijn mishandeld. Gemiddeld hebben we nu zo'n honderd tot honderdtwintig personen in therapie, maar de wachtlijsten zullen hierdoor langer worden en we zullen minder daders kunnen aannemen.'

Beknibbeld op expertise

Naast de therapie voor de moeilijkste gevallen geeft het UFC opleidingen aan centra voor geestelijke gezondheidszorg en voert het onderzoek. De weerslag van de budgetdaling daarop zal nog moeten blijken.

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens, die aan het hoofd stond van de Commissie Seksueel Misbruik in een Pastorale Relatie, reageert zeer afkeurend op de besparingen.

‘Dit is een behoorlijke paradox in een tijd waarin men op alle mogelijke manieren oproept om misbruik tijdig te melden. Als dat dan gebeurt, staat er eigenlijk niets klaar om daders deftig te begeleiden.'

De inspanningen van Justitie situeren zich volgens Adriaenssens uitsluitend aan de hele procedure voor een veroordeling. ‘Daar gaat de kwaliteit wel omhoog. Maar na de veroordeling doet zich een ontzettend tekort aan investeringen voor, terwijl we weten dat dadertherapieën hun nut hebben. Uit onderzoek blijkt dat zeventig procent van de daders zonder therapie na twee jaar hervalt. Bij recidive van pedofielen komt dan telkens een publieke discussie op gang en lijdt Justitie imagoschade. Maar de preventie wordt niet fatsoenlijk geregeld. Er is net een forse uitbreiding nodig.'

Bovendien legde anderhalf jaar geleden de parlementaire commissie rond seksueel misbruik in de kerk (die niet te verwarren is met de commissie van Adriaenssens) nog de nadruk op therapie voor zedendelinquenten.

Gespecialiseerd personeel

‘Het is wenselijk in de gevangenissen een eenheid op te richten die is gespecialiseerd in de behandeling van seksuele delinquenten en gespecialiseerd personeel daarvoor in te schakelen. Daarvoor is een goede samenwerking nodig, onder meer met de drie gewestelijke centra', luidde een van de aanbevelingen in het eindverslag, dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers zo goed als unaniem goedkeurde.

‘Aan de ene kant is er dus de boodschap dat er iets aan moet worden gedaan, maar tegelijk wordt er op de expertise beknibbeld', vindt Adriaenssens.