In 1844 stelde minister van Justitie Edouard Ducpétiaux het al voor, mar nu is het zover: gedetineerden krijgen rechten. Grote stukken uit de wet Dupont werden van kracht begin 2007. Maar die wet is een papieren tijger geworden door onvoldoende personeel om ze uit te voeren en door slechte infrastructuur.

Ze verzuipt ook in een papierwinkel.

Sinds 1965 had België een algemeen reglement voor de strafinrichtingen. Dat bevatte het recht op geestelijke en morele bijstand en het recht op correspondentie onder gesloten omslag van een aantal hoopwaardigheidsbekleders. Alle andere ‘rechten’ waren gunsten, die door de directie konden worden ingetrokken. De directeur was oppermachtig en de gedetineerde was aan ham overgeleverd. Dat is dus veranderd.

In 1996 werd een Commissie opgericht onder leiding van prof. Lieven Dupont (KU Leuven) om gedetineerden rechten te geven. Het resultaat van haar werkzaamheden wordt vandaag geleidelijk van kracht.

Al wat geld kostte werd uit het voorstel Dupont geschrapt. Drie dingen kwamen er niet: het recht van de directeur om nieuwe gevangenen te weigeren als zijn bajes vol zit; het beginsel dat iedere cel slecht 1 gedetineerde mag huisvesten, om dit te realiseren zouden onmiddellijk 4 gevangenissen moeten worden gebouwd; het zelfde loon in de bajes als buiten voor het hetzelfde werk én stempelgeld voor de werkloze gedetineerden. Dat laatste zou 30 miljoen euro extra kosten. Niét dus.

De wet Dupont is gedeeltelijk in schijfjes in werking getreden, al in 2005 werd het tuchtstatuut hervormd: tuchtstraffen worden nu opgelegd in een rechtbankachtige procedure met advocaten en al. Ook het recht op geestelijke begeleiding werd beter geregeld en vanaf 1 november 2005 kwamen er meer imams en minder katholieke aalmoezeniers.

Begin 2007 traden de basisbeginselen en de regeling van de openbare orde in de gevangenis in werking.

De mogelijkheid om tegen beslissingen van de directie over deze openbare ordemaatregelen in beroep te gaan, de artikelen over bezoek, contacten met de buitenwereld, vorming, arbeid en medische verzorging worden later van kracht.

 

Wat trad in werking begin 2007?

De algemene beginselen van opsluiting. Die opsluiting moet de waardigheid van de mens eerbiedigen en het zelfrespect en de verantwoordelijkheidszin van de gedetineerde bevorderen. De straf heeft de weder-

inpassing in de samenleving en het herstel van de schade tot doel. De gedetineerde mag geen onnodige schade lijden door zijn opsluiting. Hij behoudt alle politieke, burgerlijke, sociale, economische en culturele rechten.

 

Verdachten moeten worden gescheiden van veroordeelden en mogen nooit samen met één gestrafte op cel.

 

Elke beslissing die door of namens de directeur over een gedetineerde wordt genomen moet de redenen daarvan aangeven. Alle beslissingen moeten in een speciaal register worden ingeschreven.

 

De manier waarop de orde in de gevangenis moet worden gehandhaafd, verandert ook. Rechten van gedetineerden kunnen worden beperkt, maar dat moet gebeuren met respect voor het proportionalits-

beginsel: de beperking moet evenredig zijn met het gevaar dat men wil voorkomen. En ook het subsidia-

riteitsbeginsel wordt ingevoerd: men mag een recht alleen beperken als geen enkele andere maatregel hetzelfde doel kan bereiken. Deze beginselen zijn belangrijk voor de motivering van de beslissingen.

 

Lastige gedetineerden kunnen verplicht worden om hun identiteitskaart bij zich te hebben.

 

Naaktfouilles en fuoilles van de lichaamsholten kunnen nog altijd, maar de cipiers mogen de gedetineerden daarbij nooit aanraken en niets in de lichaamsholten binnenbrengen. De fouilles moeten in een gesloten ruimte gebeuren door 2 cipiers van het zelfde geslacht. Belangrijk is vooral dat naaktfouilles voortaan individueel moeten worden opgelegd door de directeur. Nu legt men die fouilles vaak in het algemeen op aan iedereen die uit penitentiair verlof terugkomt of aan iedereen die terugkeert van bezoek. De algemene beginselen worden van toepassing op de fouillering: proportionaliteit, subsidiariteit, respect voor de waardigheid van de gedetineerde, motivering van de individuele beslissingen.

 

De directeur kan voor maximum 28 dagen bijzondere veiligheidsmaatregelen nemen tegen een gevangene als de orde wordt bedreigd . Maar hij moet die gedetineerde eerst horen en een kopie van zijn beslissing aan de gevangene geven. De directeur kan voorwerpen afnemen, deelname aan activiteiten verbieden, voortdurende observatie bevelen, de gedetineerde een verplicht verblijf toewijzen of hem in een cel zonder voorwerpen plaatsen.

 

Meerjarige gedetineerden die een voortdurend gevaar zijn, kunnen 2 maanden lang ein een bijzonder beveiligd regime worden gestopt. Maar dat kan pas als de directeur eerst het vorige, zachtere systeem van plaatsing had toegepast en er moet een medisch advies zijn.

 

De wet is nobel, maar is ze realiseerbaar? De Federatie van Vlaamse Gevangenisdirecteuren steunt de principes van de wet, maar vindt sommige maatregelen moeilijk uitvoerbaar zonder bijkomend personeel.

Kolossaal veel beslissingen moeten worden op papier gezet en afgegeven aan de gevangene en dat wordt soms absurd. Er wordt te veel gejuridiseerd.

Veroordeelden en voorlopig gehechten moeten gescheiden worden.

Er mag niet gevraagd worden wat iemands godsdienst is. De nieuwe gevangene moet zelf de geestelijke van zijn eredienst contracteren. Maar hoe weet onze keuken of iemand moslim is en dus apart voedsel nodig heeft?

De naaktfouilles moeten nu individueel worden opgelegd. Vroeger legden zij die fouilles op aan iedereen die van het bezoek terugkeerde, om het binnensmokkelen van drugs tegen te gaan. Nu moet dat geval per geval, schriftelijk en na het horen van de gedetineerde. Dit wordt een kolossale papierwinkel, die de veiligheid in de gevangenissen niet ten goede komt. Men klaagt nu al dat zoveel drugs en gsm’s worden binnengesmokkeld: het zal er niet beter op worden.

 

De wet Dupont is ontwikkeld vanuit de praktijk met langgestraften e bovendien vanuit een reïntegratiegedachte uit de jaren ’60, toen de gevangenisbevolking grotendeels uit autochtone Belgen bestond.

 

Intussen is die bevolking grondig gewijzigd. Grote groepen allochtone gevangenen vinden het huidige gevangenissysteem ( zonder rechten) nu al luxueus in vergelijking met dat van hun herkomstland (Marokko, Rusland..) En vele gedetineerden uit Oost-Europa willen niet geïntegreerd worden in de Belgische maatschappij, maar na hun celstraf te laten uitzitten. Moet dan dezelfde visie over wederinpassing in de samenleving, onderwijs, vorming uit de jaren’60 ook voor deze groep in dezelfde mate gelden?

 

Men had en heeft voor de wet bovendien niet het nodige personeel, al was het maar omdat de cipiers in gevangenissen, waar soms 60 verschillende nationaliteiten door elkaar zitten, de gevangenen en hun cultuur niet begrijpen.

 

En de meeste gevangenisgebouwen (Dendermonde, Antwerpen, Merksplas) zijn stokoud en onaangepast aan de wet.