Er is vooreerst een schets, een profiel van de beklaagde door de aangestelde gerechtspsychiater.

Een dure grap, maar veiligheid mag iets kosten.

De beklaagde vertelt een tiental minuten over zichzelf en zijn misdaden. Hij vult daarna een aantal testen in waarbij de goed oplettenden weten dat een ja bij vraag 7 en neen moet zijn bij vraag 24.

Druk bezette psychiaters hebben personeel op deze testjes en grafieken om te zetten. Ze kunnen per geval (zeden, agressie, moord enz.) putten uit vooraf ingevoerde citaten uit vakliteratuur om die mooie tekeningen enig (over) gewicht te geven. (met bijbehorende voetnoten voor bronvermelding) Geen hond die zoiets leest, maar het oogt wetenschappelijk.

Bij nadere studie (in de USA kun je tegen luttele vergoeding doktersprofielen opvragen) kwam ik zelf bij een ultra rechtse, geschorste, psychiater uit.

De gerechtspsychiater van dienst citeerde uit zijn werk alsof hij een pas ontdekte (de man bleek achter in de zestig te zijn) autoriteit op zijn vakgebied was.

Nader gegoogle bracht me bij een recent verschenen dichtbundel van zijn hand, waarin hij zijn spijt betuigde mensen als objecten te hebben beschouwd.

Zoiets merk je niet in een voetnoot. Op basis van zo’n rapport (in 2003 toch al goed voor €660) mag je dan, in afwachting van je proces nog even tussen de mensen lopen als je je laat begeleiden door een psychiater.

Dus begeeft de toekomstig veroordeelde zich naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg en na een intake heb je een aantal raadplegingen ter plekke.

 

Eens veroordeeld en in de gevangenis heeft de schuldige te maken met de justitiële psycho-sociale dienst.

Wil je weer bij een psycholoog en omgevende sociale assistenten die een lijvig rapport over je opstellen.

Ook een halve dag buiten heeft al zo’n berg papier nodig.

En al is het besluit mogelijk positief, dan moet de Brusselse omgeving van de minister het daarmee eens zijn en dat is zeldzaam het geval. Een overheid die dan weer zijn eigen medewerkers te kakken zet.

Er is ook nog het U.F.C., het universitair forensisch centrum en die kunnen in hun second opinion (in feite al de 4e opinie!) weer een andere kant opdraaien.

Het is tenslotte de strafuitvoeringsrechter die al dit gedoe kan volgen of er tegenin gaat en elektronisch toezicht, halve vrijheid of voorwaardelijke invrijheidstelling zal vast leggen in een vonnis.

 

Overvolle gevangenissen, zei u?

Of een serie paraplu’s die justitie van elke verantwoordelijkheid moeten ontslaan?

 

Voor degenen die het moeten ondergaan, een pletwals, maar ja ze moesten maar braver zijn geweest.