COLUMN 27: BASISWET DEEL 3

Basiswet - deel 3 - Tuchtregime

Eén van de belangrijkste hoofdstukken voor gedetineerden is het gedeelte betreffende het zogenaamde “Tuchtregime” (Basiswet art. 122 t/m art. 146). Een vette kluif waar veel over te vertellen is, maar waar praktijkvoorbeelden die we in één van de volgende columns zullen bespreken veel mee (of juist minder) tot de verbeelding zullen spreken van ons lezerspubliek.

Het tuchtregime dient ervoor om de orde en de veiligheid binnen de gevangenis te vrijwaren met eerbiediging van de waardigheid. Met als bijkomende randvoorwaarde dat de tuchtprocedure beperkt moet blijven tot situaties waarbij de handhaving van de orde en veiligheid dit gebiedend rechtvaardigen en geen andere middelen ingezet kunnen worden om dit te bereiken.

Tuchtsancties worden opgelegd door de directeur en voor één en dezelfde inbreuk kan slechts één straf worden gegeven.

De inbreuken zijn opgedeeld in twee categorieën. In de eerste categorie onder andere bedreigingen van personeel, poging tot ontsnappen, gebruik en bezit van drugs en voeren van collectieve acties. Tot de tweede categorie: communiceren op onregelmatige wijze, veroorzaken lawaaihinder, niet opvolgen bevelen personeel en niet naleven van het eerder  besproken huishoudelijk reglement.

Tuchtsancties worden opgelegd door de directeur en variëren van afzondering op eigen cel, opsluiting in een strafcel en ontzegging van deelname aan activiteiten. Tuchtsancties volgen op een vaststelling door het personeel waarvan het vermoedt dat een inbreuk heeft plaatsgevonden en melding hiervan heeft gedaan aan de directeur.

De directeur beslist of de feiten al dan niet een tuchtrechtelijk gevolg vereisen. Indien de feiten geen tuchtprocedure vereisen kan alleen een kennisgeving of een berisping aan betrokken gedetineerde worden gegeven.

Voortzetting van de tuchtprocedure gebeurt door middel van een tuchtzitting waarbij betrokken gedetineerde, al dan niet door een advocaat bijgestaan, wordt gehoord door de directeur. Ook getuigen kunnen worden gehoord. De directeur neemt binnen 48 uur een beslissing welke tuchtmaatregel toegepast zal worden.

De gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de ten laste gelegde beschuldiging indien de directeur op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.

De gedetineerde wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing én van de beweegredenen (motieven en keuze strafmaat) waarop ze steunt. Tegen een beslissing kan door de gedetineerde een klacht worden ingediend. Maar de beslissing van de directeur is uitvoerbaar zodra ze aan de gedetineerde ter kennis is gesteld en dit onverminderd de mogelijkheid van beklag.

Met andere woorden de straf wordt altijd uitgevoerd ondanks, eventueel later via een klachtenprocedure  en eventueel een beroepsprocedure, de gedetineerde door de Klachtencommissie én/of Beroepscommissie onterecht bestraft blijkt te zijn (Klachten en beroepsprocedure zullen in een latere column worden besproken).

Enkele praktijkvoorbeelden zullen worden besproken in één van onze volgende columns zodat duidelijk kan worden op welke wijze via de tuchtprocedure getracht wordt de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven

L&B

Januari 2026