GESLOTEN DEUREN: ingezonden gedicht van een gedetineerde

Gesloten deuren

 

Gesloten deuren in elke gang,

cellen tweemaal breed en één lang,

jullie in het blauw, wij in het grijs.

 

De doodse stilte in de gang wordt onderbroken,

maar wij blijven binnen, en kunnen toch niet gaan lopen,

wij hebben geen namen, maar nummers, achter de gesloten deuren,

geen compassie, geen medelijden, we mogen niet zeuren.

 

Ieder van ons levert zijn eigen gevecht,

maar ons lot, onze straf is allang beslecht,

ondanks onze daden zijn wij ook mensen,

met gevoelens, emoties en wensen.

 

Je bewaakt ons wel, maar kent ons niet,

onze daden, onze gedachten, onze pijn en ons verdriet,

ondanks ons slecht zijn, nemen wij ook goede daden mee,

net als ministers, gingen wij ook niet recht door zee.

 

Maar ooit komt eens de laatste dag,

dat ook voor ons het einde wacht,

dat we onze straf hebben gezeten, de gevangenis verlaten,

en dat ze ons weer in de maatschappij, zullen loslaten.

 

Elke dag een extra streepje,

een dag, een stap dichter bij de vrijheid,

we zijn droevig binnengekomen, maar stappen buiten in blijheid.

Dat is het leven achter gesloten deuren,

Bega je een misdaad, geef je dan aan, dan kan je het zelf komen keuren.