Vandaag bezoekt minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) de gevangenis van Hasselt. Het Radio 1-programma ‘De ochtend’ is erbij en laat ook IGNACE aan het woord, een huisarts die 8 maanden in voorlopige hechtenis heeft gezeten en daarna is vrijgesproken. Voor Radio 1 en De Standaard schreef hij een striemende veroordeling van het systeem van de voorlopige hechtenis.

 

Ik behoor tot de ongeveer 350 mensen van wie elk jaar het leven verwoest wordt door een onterechte voorhechtenis. Dat zijn straffe cijfers, cijfers die aan het denken zetten, cijfers die mij diep triest maken.

Kan de minister van Justitie deze cijfers vertalen in emotioneel verlies? En als dit voor haar niet echt belangrijk is, wil ze het dan misschien eens zien als economisch verlies? Ik spreek dan niet alleen voor mezelf, maar ook over mijn kinderen, mijn echtgenote, mijn oude ouders die mij een goede opvoeding hebben gegeven, mijn familie, mijn vrienden en kennissen, alle mensen waarop ik kon rekenen. Ik heb het ook over mijn patiënten die op mij konden rekenen.

En zoiets 350 maal per jaar. Is dit ‘collateral damage?’

Ik weet niet of het beter is een onschuldige te veel op te sluiten dan een misdadiger te laten lopen. Elk jaar zijn er 350 gevallen van onterechte hechtenis. Een groot deel van de slacht-

offers krijgt pas na jaren uiteindelijk de vrijspraak. De Radio 1-uitzending van deze ochtend gaat over de gevangenis, om de gewone mens (die niet tot de 350 per jaar behoort) duidelijk te maken hoe het eraan toegaat. Groot gelijk: veel mensen weten inderdaad niet hoe het eraan toegaat. Het is Hollywood die ons maatschappijbeeld vormt.

Gentse Feesten

Hoe heb ik de ‘Nieuwe Wandeling van Gent’ ervaren? Verplaats u even naar de 350 mensen die elk jaar onterecht in voorlopige hechtenis zitten. U wordt bij een mooie zonsopgang om 7 uur ’s morgens uit uw bed gehaald, er worden verwijten en tenlasteleggingen naar uw hoofd gegooid, u wordt geboeid, u ziet uw partner verdwaasd achterblijven. U wordt in een auto gestopt, urenlang ondervraagd en met een middag- en boterhampauze een uurtje in een cel opgesloten met enkel een betonnen bed. Daarna wordt u opnieuw ondervraagd, ditmaal in een andere politiekazerne. Om 17.00 uur belandt u in een cel van één vierkante meter (één) met heuse tralies, dan komt u bij een onderzoeksrechter die u nog meer gedonder geeft. uiteindelijk laat hij u om 20 uur naar de gevangenis overbrengen waar u omwille van het late uur vlug een dun matrasje krijgt, op de grond bij een andere gevangene. De hele tijd weet u dat u niet gedaan hebt wat er naar uw kop wordt gegooid. U bent onschuldig, u weet dat u onschuldig bent, u weet dat u niet in staat bent tot de daden waarvan men u verdenkt. En toch sit u opgesloten.

En wat doet u dan?Dat is niet moeilijk: u kijkt naar het journaal, dagelijks. Dan huilt u uren, uren, uren en uren. Gelukkig krijgt u 2 dagen volledige afzondering. Niemand moet u zien huilen. U bent alleen, uw enige contact met de buitenwereld is een lijkje van 80 vierkante centimeter. U hebt een bed, een lege kast, een tafel en een stoel, een vuil toilet en een oude wastafel met een spiegel waarin u alleen uzelf kan zien. Een raam met echte tralies (dat had u nog nooit gezien).

Stilte kan u het niet noemen, 24 uur per dag sleutels die rammelen, ijzeren deuren die kletteren. slotenlawaai. En 12 uur lang intercomgeluiden. En als u dan eindelijk, moe van het wenen en het niet meer kunnen denken in slaap valt, wordt u elk uur met een lamp van 1000 watt gewekt door 2 onbekende ogen die door het luikje staren om te zien of u nog leeft.

Ik had mijn eigen onderbroek, dat wel. Als u de gevangenis binnenkomt moet u alle kleren uitdoen en krijgt u ondergoed, kousen, sloffen, een polo, een broek, een handdoek en een washandje. Maar omdat ik pas om 20 uur aankwam was de ‘kledingdienst’ al gesloten. Ik had geluk, men liet me mijn ondergoed houden. Ik heb elke nacht, 6 weken lang, in die onderbroek geslapen. Dat was het enige wat nog van mij was. Elke dag uitwassen, verstoppen om ’s nachts (beter) te slapen. Dit was de enige waardigheid die ik nog had.

Ik kan u vertellen over de ‘anderen’, de contacten met de anderen, die verdorie soms heel goed waren – vermeend moordenaar of niet. Ik kan u vertellen over de Gents Feesten in de gevangenis. Want ja, die gaan daar ook door. Ik kan u vertellen over het ‘kleine gevoel’ dat u krijgt wanneer u zich voor en na elk bezoek tot op uw vel totaal moet uitkleden en dan weer aankleden. Ik kan u vertellen over het wereldkampioenschap voetbal dat luidruchtig in alle cellen werd gevolgd (althans door hen die geld hadden een oude tv te huren). Elke goal deed de Nieuwe Wandeling op zijn oude grondvesten beven.

Ik kan u vertellen over de klootzak van een gevangenisarts die ik de eerste dagen opzocht omdat ik me koortsig voelde. Tot een verpleegstertje met wie hij aan het flirten was zei hij, zonder mij aan te kijken: ‘Dit is bandietenkoorts’.

Ik kan u vertellen over de medegevangenen die mij tijdens de wandeling hun wonden of verstuikte voeten kwamen tonen omdat ze blijkbaar snel wisten dat ik dokter was.

Ik kan u vertellen over de cipiers die verdorie echt mijn steun en toeverlaat waren, die me rustig maakten met een paar woorden. Chapeau voor die mensen. Daar hoort u me geen kwaad woord over zeggen, Sommigen zijn een beetje een bullebak, maar dat moet misschien ook wel, soms.

Ik kan u vertellen over de heimwee. Mijn heimwee en die van de andere. Over de Afrikaanse gevangene die bij het vallen van de avond een onbegrijpelijk maar mooi lied zingt.

Ik kan u vertellen over het prikbord boven mijn tafel. Een bord dat elke dag voller en voller kwam: kaartjes van patiënten en foto’s van mijn gezin dat nu opgeblazen is.

Ik kan u vertellen over die gerechtspsychiater die in geuren en kleuren wou weten hoe ik seks had met mijn echtgenote, en of ik het ook anaal deed en met dieren. Ik kan u ook vertellen over de lieve psychologe die begrip opbracht en me rust gaf. Haar vader, ook arts, had iets gelijkaardigs meegemaakt.

Ik kan u vertellen over het onwezenlijke gevoel tijdens transporten naar de rechtbank waarbij u door de raampjes van het transport de mensen fleurig op straat ziet lopen.

Ik kan u vertellen over het tandartsafspraakje dat ik schriftelijk maakte voor een Tunesiër die gaan Nederlands kon. En ook opgesloten zat omdat hij illegaal in België aankwam en 2 briefjes van 10 eureo gestolen had. Hij zat in de cel tegenover mij, zijn ogen achter het luikje vergeet ik nooit.

Ik kan u vertellen over de emotionele bezoekjes van mijn vrouw, mijn kinderen en enkele vrienden. Ik kan u vertellen over enkele nutteloze bezoekjes. Ik kan u vertellen over het aftellen naar de 10 minuutjes aan de telefoon, en over de keer dat ik de 10 minuten gemist had door onoplettendheid. En over die keer dat mijn vrouw niet thuis was.

Ik kan u vertellen over het verschrikkelijk leed van de psychiatrische patiënten die in de gevangenis opgesloten zijn. Dit is schandalig. Dit kan niet. Die horen er niet.

Ik kan u vertellen over het koppel duifjes dat elke avond aan mijn tralieraam de liefde kwam bedrijven. Ik kan u vertellen hoe ik na een paar weken ‘hulp-fatik’ werd en zo mijn cel dikwijls kon verlaten om eten te bedelen en de galerij te schrobben. Ik kan u dan ook vertellen hoe ik dan in het geniep de waterthermos doorgaf van cel tot cel, want slechts enkelen hadden een waterverwarmer.

Ik kan u vertellen over de rechtszaak, over hoe traag, maar correct alles verloopt. Maar ik kan u ook vertellen over het parket, het onderzoek dat anderhalf jaar duurde, maar op 5 minuten opgelost was geraakt indien ze het dossier eens goed hadden doorgenomen.

Ik kan u vertellen over de jonge politieagenten die elkaar vertellen dat ze wat in de zon liggen en hun vrouw het gras maar laten afrijden, terwijl u geboeid zit te wachten in de raadkamer.

Ik kan u vertellen over de onderzoeksrechter die daags voor mijn arrestatie al wist, of zeker moest weten, dat het slachtoffer gelogen had. Ik kan u vertellen over zijn vooroordelen die hij maar al te graag doorgaf aan iedereen die bij hem aankwam.

Ik kan u uiteindelijk vertellen dat ik totaal onverwacht uit mijn cel ben ontslagen, zonder raadkamer, zonder rechter. Gewoon vrij. Hadden ze hun fout ingezien?

Ik kan u vertellen dat ik met tranen in mijn ogen persoonlijk afscheid heb genomen van mijn galerij-kompanen en dat dit ook hen verheugde. Ik kan u nog zoveel vertellen, maar het heeft zo weinig zin! Ik ben doodgegaan. En u moet dood gaan om nadien opnieuw op te staan. Dat geldt voor iedereen wiens vrijheid is beroofd.

70 euro

Kent u ‘Control – Alt – Delete’? Als ik mij niet vergis is dit de toetsencombinatie om een computerprogramma te stoppen. Zo is het ook als u in de gevangenis zit. Eerst en vooral: probeer de controle niet te verliezen, probeer uw waardigheid te bewaren. Nadien kan u met ‘alt’ opnieuw uzelf op een hoger niveau proberen te krijgen. Dat gaat, maar is moeilijk. Uiteindelijk is er ‘delete’ . En dit maakt het nu net zo moeilijk, er is geen ‘delete’. U kan niet wissen wat u hebt ondergaan. Mijn cipiers zeiden wel dat ik niet mocht denken dat ik in de gevangenis zat: het was enkel voorarrest. Maar dat is valse waarheid! U zit in de gevangenis. Om correct te zijn moet het worden: Control – Alt – [Delete]. Deleten kan niet meer.

Het opsluiten van mensen waarvan de schuld niet is bewezen is, is een misdaad op zichzelf. Want wij kunnen onze straf niet uitzitten. Een misdadiger wordt veroordeeld en zit zijn straf uit. Hij heeft boete gedaan en wordt vandaag zo vlug mogelijk en met vele middelen gerehabiliteerd. Maar waar staan die 350 per jaar? We zijn niet veroordeeld, dat is juist, maar we zijn door een hel gegaan, en onze naasten met ons.

Kan de minister van Justitie dit onrecht wissen? Door 70 euro schadevergoeding per dag onterechte voorhechtenis te betalen? Nee! Door ervoor te zorgen dat dit nooit meer gebeurt. Zij kan dat door haar verantwoordelijkheid te nemen en de juiste mensen op de juiste plaats te zetten. Met mensen te werken die nog enig menselijk gevoel hebben. Met mensen die hun dossier inkijken, met mensen die nog de moed en de verantwoordelijkheid kunnen betuigen om ook ‘à décharge’ te oordelen als daar alle reden toe is.

BRON: De Standaard 19-3-2012