DRIE GEÏNTERNEERDEN GETUIGEN.
Van de 4000 Belgische geïnterneerden zitten er 1150 in de cel. Geestesziek, maar zonder behandeling. Deze week nog veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ons land 3 keer  omdat er in de gevangenissen geen therapie voorhanden is. Drie getuigenissen uit de vergeetput. ‘Ik heb een fles Dreft leeggedronken, in de hoop met te vergiftigen’.
 Bert Voet.
 
‘België wordt aan de lopende band veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De gevangenis van Vorst balanceert zelfs op de rand van de mensonterende praktijken. De psychiatrische vleugel is precies hetzelfde als de andere vleugels, behalve het bordje.’
 
Aan de  UGent schrijft jurist Peter Verbeke een doctoraat waarin hij het medische en juridische statuut van geesteszieke verdachten en gedetineerden in Europese landen vergelijkt. Daarvoor bezocht hij meerdere gevangenissen. Zijn conclusie: ‘Ik zie geen enkel land waar de toestand zo dramatisch is als hier.’
 
‘Als je in België met een geestesstoornis in het strafrecht terechtkomt, is dat een ramp. Het begint al bij de strafprocedure: als een geesteszieke bij de politie belandt, nemen ze in het verhoor alles wat hij zegt, voor waar aan. Ook de omstandigheden in de gevangenissen kunnen nauwelijks slechter. In onze interneringswet staat dat die mensen zorg moeten krijgen. Dat kan in principe in de gevangenis, maar in de realiteit is die zorg compleet afwezig.’
 
Gedwongen injecties 
 
Bert* beleeft wellicht zijn laatste maanden op vrije voeten. Er hangt hem een internering boven het hoofd, nadat hij in november 2011 een docente heeft bedreigd tijdens een les psychopathologie. Hij had een hakbijl op zak – verboden wapendracht. Hij noemt zichzelf Bert Pande Procter. ‘Panda komt van Fiat Panda, de grootste uitvinding der mensheid, Procter van Procter & Gamble,’ legt hij uit. ‘Bert adoreert P&G zoals een nazi Hitler adoreert.’ Naar eigen zeggen heeft hij er meer dan 10 jaar geleden gewerkt. Over zichzelf spreken in de derde persoon doet hij vaak.
 
We ontmoeten elkaar aan het station van Leuven. ‘Ik ben een blonde jongen,’ heeft hij aan de telefoon gezegd. Nu zie ik zijn felblauwe ogen. Hij gaat naar de 40. Hij zou een knappe man kunnen zijn, maar hij is zichtbaar een sukkel. Hij woont in een garage.
 
We gaan een café binnen. Daar wacht Koen Verhofstadt ons op, jurist bij Uilenspiegel, een vzw die een betere geestelijke gezondheidszorg nastreeft. Over enkele dagen moet Bert voor de Kamer van Inbeschuldiging (KI) verschijnen. Verhofstadt zal er alles aan doen om de eerdere beslissing tot internering ongedaan te maken. Hij verzet hemel en aarde om Bert uit de gevangenis te houden.
 
‘Als je me een Red Bull geeft, zal ik mijn verhaal vertellen.’ Stilte. Hij vist een zak brood uit z’n jas en spoelt enkele droge sneden door met een halve bus melk. Verhofstadt brengt koffie. Er is hier geen Red Bull.
 
Twee en een half uur lang vertelt Bert zijn levensverhaal. In flarden. ‘Ik kan mij een licentiaat in de marginaliteit noemen. Vroeger, toen ik op school zat, had ik een pennenzak met nieuwe stiften, maar ik schreef met de oude pen. De leraar zei: “Maar Bert, je hebt zoveel nieuwe stiften.” Ik wilde die niet gebruiken. Ik wilde altijd dat kapotte zaken zolang mogelijk meegingen. Marginaliteit is mijn tweede natuur. Ik woon in een kraakpand en ben een grote fan van Fiat Panda, een icoon van marginaliteit en gierigheid. En ik eet doelbewust de overschotten op in restaurants.
 
En dan weer in de derde persoon over zichzelf. ‘Hij wil echt marginaal zijn! Wat doet ge daaraan?’ Brede glimlach.
 
Volgens zijn dossier is hij zwaar autistisch, maar die diagnose trekt Verhofstadt in twijfel.
 
Dat Bert ernstig communicatiegestoord, is wel duidelijk. Vaak antwoord hij niet op vragen, dramt hij door, slaat op tafel, spreekt luid. ‘Ik hoor dat niet van mezelf,’ zegt hij, plots op fluistertoon.
 
Bert heeft inzicht in de verloren autonomie van de psychiatrische patiënt, de gebrekkige diagnoses en het stigma. In 2007 lieten zijn ouders hem voor het eerst opnemen, omdat hij in een kraakpand woonde en zich niet verzorgde. Er volgden meerdere collocaties. Hij hield er een trauma aan over. Als hij vertelt hoe hij werd vastgebonden in de isoleercel, sluit hij de ogen en lijkt het alsof hij weer daar is. De gedwongen injecties met het zware antipsychoticum Clopixol maakten de vernedering alleen maar groter. ‘In zeven maanden word je daar 32 kilo lichter van.’Bert heeft inderdaad van alles gedaan zegt hij. Om zijn ouders te pesten. ‘En ruit ingeslagen en een bed vol paardenmest gegoten. Mijn vader een schop gegeven. Mijn broek afgetrokken in de psychiatrie: “Jullie hebben een jaar met mijn kloten gespeeld. Ik zal ze eens wat laten zien.”
 
Dezer dagen loopt hij verward door de Leuvense straten. Tegen zichzelf pratend of schreeuwend tegen zijn ouders of psychiaters. ‘Het is een schandaal wat ze met Bert aan het doen zijn’, zegt Verhofstadt. ‘Zijn strapatsen rechtvaardigen geen gevangenisstraf.’ Hij heeft opvang gezocht. Maar Bert wil in krotten wonen. Hij wordt nu gevolgd door een Mobiel Team Geestelijke Gezondheidszorg. De dag nadat Bert voor de KI is verschenen, vindt in Gent een debat over internering plaats met Bert Anciaux, die een nieuw wetsvoorstel klaar heeft. Ook Bert is een aandachtig luisteraar, hij heeft uitstel tot maart. Na afloop staat hij aan de uitgang met een bordje ‘Leuven-Brussel’. Hij spreekt Anciaux aan. Vertelt hem dat hij iemand kent die zijn Fiat Croma heeft gekocht. Wat later komt hij bij mij. ‘Zijn chauffeur gaat mij meenemen.’ 
 
61 jaar geïnterneerd
 
Luc B. (49) groeide op in dramatische omstandigheden en heeft een verstandelijke handicap. Hij is het onderwerp van een veroordeling die het Europese Hof voor de Mens in Straatsburg op 2 oktober 2012 uitsprak tegen de Belgische staat. Het Hof oordeelde dat B.’s recht op vrijheid was geschonden en dat hij in de gevangenissen van Merksplas en Gent net de nodige verzorging kreeg.
 
In 1992  verkrachtte hij zijn minderjarige dochter. In 1997 werd hij als ontoerekeningsvatbare veroordeeld tot 5 jaar cel, maar in de loop van zijn strafuitvoering werd hij geïnterneerd, nadat zijn zwakbegaatdheid aan het licht was gekomen – de man had geen ‘controle over zijn seksualiteit en tonde totaal geen verantwoordelijkheidsbesef’, aldus de motivering. Zijn straf werd omgezet in een maatregel van onbeperkte duur.
 
B. klopte aan bij een hele reeks instellingen, die hem systematisch weigerden. Nadat hij de veroordeling van de Belgische Staat had bekomen, dreigde zijn advocaat Walter Van Steenbrugge met een dwangsom van 1000 euro per dag dat B. nog in de gevangenis zou zitten. Kort daarop werd hij overgeplaatst naar de gevangenis van Ieper, overdag werkt hij bij De Groene Kans, een sociale werkplaats.
 
Zulke ogen heb ik getrokken,´ zegt hij. ´Zwaar gehandicapte mensen die echt zo rond liepen. (doet een spast na) Wat doen die hier? Internés en gewone gestraften zitten gewoon bij elkaar. Ik ken een mens in Merksplas: die kan niet horen en niet klappen. Ik heb ook bij 2 oude sukkelaars gezeten. En ja… euh… pipi en kaka tegen de verwarming… Ik heb er ook iemand gekend… Hij zit al 15 jaar binnen, maar dat is geen mens om… Soms… ‘Zijn aangezicht vertrekt. Hij snikt. “Het is moeilijk. Ik ben een sterke persoon, maar…’. 
 
‘Er was een periode dat ik me wilde ophangen. Maar ik kan dat niet. Ik ken er bij wie het mislukt is. hun hoofd… kapot, hè. Gehandicapt. Verlamd. Ik heb er één gekend die nog aan het spartelen was, toen de chef de deur opendeed. Hij heeft ze weer dichtgedaan en is weggelopen. Enkele maanden geleden zag ik in Gent nog een geïnterneerde naar beneden springen toen hij naar de dokter moest. Er zit er daar ook één die geen voeten meer heeft van te springen.’
 
‘Het ergste is: je weet nooit wanneer je eruit komt. Als gewone gestrafte kun je aftellen, een huisje en werk zoeken. Als geïnterneerde kan dat niet. In 2003 zat ik en de gevangenis van Brugge. Tijdens de wandeling zag ik een oude sukkelaar zitten. Wij raakten aan de praat. Die mens was al 61 jaar geïnterneerd!.    
    
Kernpsychopaat 
 
De ergste gevallen aanschrijven, zodat ze je op de bezoekerslijst kunnen zetten: het is niet evident. Via Similes, een vereniging van familieleden van psychiatrische patiënten, lukt het wel met Tom (38)*. Jos Vander Velpen, advocaat en voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten, noemt hem ‘de boekhouder’: hij registreert alles wat er met de geïnterneerden in Merksplas gebeurt en houdt voor de Liga een gedetailleerd dagboek bij.
 
Tom belt me voor heet eerst op een zondagavond op. Ik vraag naar zijn diagnose. ‘Kernpsychopaat – zeer gevaarlijk’, klinkt het. We praten meer dan 3 uur, waarna hij me zijn dagboek meegeeft. 
 
In 2004 pleegde Tom een reeks zware zedenfeiten. Hijzelf spreekt van een vorm van ontlading, binnen zijn toenmalige, extreem depressieve en gespannen toestand – mogelijk versterkt door verkeerde medicatie.
 
‘In eerste aanleg werd ik toerekeningsvatbaar verklaard en kreeg ik 10 jaar cel. Aan die veroordeling was een gesprek met één gerechtspsychiater van ongeveer 10 minuten voorafgegaan. Hij concludeerde dat ik geen stoornis had en niet depressief was. Dat verslag klopte van geen kanten. Ik was enorm vermagerd, zenuwachtig, ik stotterde. Ik vond en vind dat ik tijdens de feiten ontoerekeningsvatbaar was – en dat zeg ik niet om te minimaliseren: ik voel veel spijt en schaamte. De rechter in beroep erkende dat er wel iets met me scheelde en sprak de internering uit.’ 
 
Bij een risicotaxatie om de kans op recidive in te schatten, kreeg hij de diagnose ‘kernpsychopaat’. ‘Daarvoor ben ik gespreid over meer dan 2 jaar enkele keren een paar minuten op gesprek gegaan bij de psychosociale dienst (PSD) – ik denk niet dat het 5 gesprekken waren. De expertisepsychiater heb ik nooit gesproken – in al die jaren heb ik haar hier één keer zien lopen. Om kernpsychopaat te zijn, moet je op de schaal van Hare een score van 30 op 40 hebben, ik had 30,5’.
 
‘Ik heb een externe psychologe geconsulteerd. Eerst 60 uur iemand van de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen, die me gratis hielp en aan wie ik enorm veel heb gehad. Maar zij is gestopt omdat ze niet kon aanzien wat hier allemaal gebeurt. Een tweede heb ik 30 uur gezien. Haar conclusie: posttraumatische stress en depressie. Remedie: uitzweten. Ik heb dat moeten stopzetten, omdat ik het niet meer kon betalen. 40 euro per uur is veel als je zelf maar 1,5 euro per uur verdiend. 
 
‘Ik zie mezelf niet als en gevaarlijk individu – al was ik dat op het moment van de feiten wel. Er zal wel iets schelen met mij, maar geestesgestoord? Nee. En zeker geen kernpsychopaat. Dat wil zeggen: iemand zonder geweten, waar niets meer aan te doen is. ik kan ernstig depressief worden. Maar ik herken de symptomen. nu krijg ik  Sipralexa. Dat werkt.’
 
‘Ze bestempelen iedereen hier als psychopaat,’ zegt Tom. ‘Mijn kameraad Nathan kreeg een extreem hoge score van 34. De Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (die invulling geeft aan de interneringsmaatregelen opgelegd door de rechtbank, red.) geloofde er niets van, bestudeerde het dossier en gaf hem ambulante begeleiding. Maar dat werd weer ingetrokken en hij is binnen gebleven, omdat de directeur verklaarde dat hij het gevangenispersoneel met de dood had bedreigd. Daar was niets van aan: er was niet eens een tuchtrapport. uiteindelijk is het goed gekomen: de commissie heeft hem overgeplaatst naar Antwerpen en op halve vrijheid gesteld. Een gevaarlijke kernpsychopaat!
 
Nul perspectief  
 
Tom kreeg een op z’n minst opmerkelijke opeenvolging van diagnoses. Dat hoeft niet te verwonderen: de kwaliteit van de psychiatrische verslagen is bedroevend. ‘Ik heb er eens 25 uit hetzelfde rechtsgebied vergeleken: 12 waren letterlijk dezelfde, behalve de naam van de geïnterneerde,’ zegt Bert Anciaux. Gerechtspsychiaters worden zwaar onderbetaald: een expertise levert een forfaitair bedrag van minder dan 400 euro op. Een basisopleiding voor forensisch psychiater bestaat niet. Een uniforme methodologie en kwaliteitscriteria zijn er evenmin. Maar de ge:interneerde draagt het verslag wel mee doorheen zijn hele parcours.       In juni 2004 werd Tom opgepakt. ‘Eerst zat ik in de gewone cel in Vorst, dan in Sint-Gilles – bij de braafste jongens, in een cel apart, met een open regime. Toen mijn internering in 2005 werd uitgesproken, vloog ik meteen naar de psychiatrische annex in Vorst. Daar zaten we met z’n drieën in een kleine cel met één dubbel bed. Bij mij zat een zwakbegaafde en iemand met psychoses, 24 uur op 24. Ten heb ik een fles Dreft leeggedronken, in de hoop me te vergiftigen.’ 
 
‘Hier in Merksplas heb ik eerst een halfjaar in een van de twee zalen gezeten die inmiddels gesloten zijn. Het voordeel was dat je kon bewegen, maar we zaten met 36 geïnterneerden samen: alle stoornissen door elkaar! Ik noemde het de krokodillenvijver. Daar heeft iemand zich opgehangen in volle zaal, met 35 anderen eromheen.’
 
‘Ik zie heel veel mensen aftakelen. Ik ben veel tanden verloren. Velen hier hebben er geen meer. Tandpasta kopen is moeilijk, laat staan dat wij psychiaters en advocaten kunnen betalen. Er zijn hier veel wrakken. Mensen die niks hebben in hun cel, die niet eens gaan wandelen, niet douchen… Ze hebben grote wallen en kleuren helemaal grijs. Twee jaar geleden was ik ook zo. Maar ik heb me kunnen herpakken. Vooral dankzij die externe psychologe, Cindy.’ 
 
In 2006 waren er 850 geïnterneerden in de gevangenis, inmiddels zijn dat er 1150. Er is amper uitstroom. ‘De PSD schrijft alleen negatieve verslagen voor de commissie,’ zegt Tom. Hij beweert dat er ook systematisch gelogen wordt, spreekt van een verziekt systeem in Merksplas. ‘Ik durf je mijn verslagen  niet te tonen. Die zijn heavy. Het grofste van het grofste. Elke 6 maanden schrijven ze dat gewoon over en veranderen enkele woordjes. Ze zeggen zelf: in de gevangenis kun je niet verbeteren. Het blijft: high risk, high risk, high risk. En dus: behoud, behoud, behoud. Daar wordt je zo depressief van. Ik heb nul perspectief.’ Sinds 2007 zijn er in de gevangenissen zorgteams voor geïnterneerden, met een psycholoog, psychiater, psychiatrisch verpleegkundige, maatschappelijk assistent, opvoeder en ergotherapeut: een eerste stap in de samen werking tussen Volksgezondheid en Justitie. ‘Iedereen dacht: nu zijn wij vertrokken,’ zegt Johan Baecke, jarenlang gerechtspsychiater en nu zorgpsychiater in de gevangenis is Brugge. ‘We waren naïef. Zorgteams lijken op het eerste gezicht mooi – ik werk er zelf. Maar dit trekt op niets. Kijk in om het even welke psychiatrische kliniek: wie doet daar het werk? Niet de psychiater of de psycholoog, maar de verpleging. Wel, ik heb één verpleegster. Één! Die ook met verlof gaat, ziek en zwanger wordt.’ 
 
‘Ik heb voortdurend de indruk dat alles wat er in dit land rond geïnterneerden gebeurt, een schaamlapje is waarachter de overheid zich verbergt.’ zegt Baecke. ‘Om te kunnen zeggen: we zijn ermee bezig. Een zorgteam zonder verpleging is onwerkzaam.’ 
 
Peter Verbeke sprak met cipiers in Vorst: ‘De zorgteams daar zeggen dat ze goed werk leveren, maar de cipiers noemen die teams Casper, naar Casper, het vriendelijke spookje: ze zijn er, maar ze zijn er niet.’
 
Politieke peanuts.
 
De nieuwe interneringswet van 2007 zou op 1 januari van kracht worden, maar dat is alweer 2 jaar uitgesteld. ‘Ik ben lang niet zeker dat de wet ooit zal worden gerealiseerd; vanuit politiek oogpunt is de hele problematiek peanuts,’ zegt Henri Heimans, voorzitter van de KI in Gent en van de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (CBM). Al jaren klaagt hij de schrijnende situatie aan.                                                                   
‘Met de nieuwe  wet zou de tenuitvoerlegging van interneringen worden overgeheveld van de CMB’s  naar de strafuitvoeringsrechtbanken, die daarvoor fors moeten uitbreiden. Er zijn ook criteria voor gerechtspsychiaters voorzien en kwaliteitsnormen voor hun verslagen. Daar hangt een financieel plaatje aan vast. Maar bij justitie is de effectieve strafuitvoering nu prioritair en investeert men in zaken zoals elektronisch toezicht. Dan is de pot op.’ 
 
Ook met de 2 gloednieuwe Forensische Psychiatrische Centra, gesloten instellingen voor geïnterneerden, die in 2008 werden aangekondigd, vlot het niet. In Antwerpen moet de bouw ervan beginnen, in Gent zijn ze volop bezig. Het centrum, goed voor 272 bedden, zou aanvankelijk openen in maart 2014. Maar er is nog geen uitbater, geen procedure voor de aanwerving van personeel, geen visie op welke geïnterneerden er zullen verblijven, op de in- en uitstroom en behandelingsmodellen.                                                                                   
 Zelfs met de 2 nieuwe forensische centra is er nog te weinig plaats voor de huidige geïnterneerden, maar er is meer. ‘Nu worden er nog wat geïnterneerden opgenomen in andere klinieken, maar ik vrees dat ze dan zullen zeggen: dat is niets meer voor ons,’ zegt Heimans. ‘En dat de centra binnen de kortste keren zullen dichtslibben. Zo’n centrum kan pas een begin van oplossing zijn als het gepaard gaat met een betere financiering van de andere psychiatrische bedden. ‘Straathoekwerkers vertellen me dat ze op steeds meer zwaar gestoorde mensen uit de vierde wereld botsen. Ook al omdat er in Vlaanderen een politiek is van een kortere opnameduur en afbouw van het aantal psychiatrische bedden: men heeft het idee opgevat dat mensen te lang in psychiatrische klinieken zitten. Maar er zijn heel wat mensen met stoornissen die met al hun zwakheden in de samenleving belanden, aan hun lot overgelaten. De echte problematiek is dat hulpverlening onvoldoende beschikbaar is voor hen. ‘Waarom hebben mensen stoornissen? Ofwel omdat ze genetisch belast zijn, ofwel omdat ze in hun jeugd of als jongvolwassene de weg naar de geestelijke gezondheidszorg niet vonden. Ze beginnen te zwalpen en halen een stommiteit uit. Justitie moet dat dan allemaal oplossen. Maar in feite is het een samenlevingsprobleem dat met Justitie niets te maken heeft; wel een geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg.’ 
 
In zijn nieuwe wetsvoorstel heeft Bert Anciaux naar eigen zeggen alle mogelijke verbeteringen aan de wet van 2007 opgenomen, maar internering blijft ook daarin een materie van Justitie. Hij spreekt van een haalbaar voorstel, niet zijn ideale. ‘Je vindt nooit een parlementaire meerderheid om internering bij Volksgezondheid onder te brengen. Als we het binnen Justitie minder justitieel kunnen aanpakken en veel meer vanuit het recht op zorg, hebben we al een grote stap gezet.’
 
*Om privacyredenen zijn de namen fictief.