Leuven-Centraal bestaat 150 jaar. Het heeft in die periode een hele evolutie doorgemaakt, gekoppeld aan veranderende inzichten over de effecten van vrijheidsberoving op eenieder die ermee in nauw contact komt: gedetineerden, hun families, het personeel,… Hoewel er ook onderzoek is gebeurd naar de beleving van de cellulaire opsluiting in de 19e eeuw, zal ik mij toespitsen op de gevangenis van de laatste periode, nl. na de Tweede Wereldoorlog. Het is vanaf die periode dat het sociologische, en later psychologische onderzoek naar de realiteit en de effecten van de vrijheidsberoving tot ontplooiing komt. Maar gevangenissen evolueren ook onder invloed van demografische, socio-economische, culturele, politieke wijzigingen in de samenleving. Deze bijdrage wil kort stilstaan bij de wetenschappelijke inzichten in de beleving en de effecten van de vrijheidsberoving nu, 150 jaar na de oprichting van Leuven-Centraal, voor gedetineerden en personeel.
Beleid - Wetgeving
Het beleid dat in de Centrale Gevangenis van Leuven in de periode na de grote zomerstaking van 1976 werd uitgevoerd, wordt beschreven aan de hand van enkele uitgangspunten, die bepalend zijn geweest voor de regimeontwikkeling. Wat is de achterliggende visie, die Leuven centraal gemaakt heeft tot wat zij nu is? Drie grote uitgangspunten worden achtereenvolgens toegelicht: aandacht voor de gedetineerde als mens en zijn menselijke waardigheid, een zinvolle detentie, die tevens reintegratiebevorderend is en tenslotte maximale betrokkenheid van de samenleving.
Partijdigheid en afhankelijkheid gevangenisdirectie bij tuchtprocedure Bij de interne tuchtprocedure in de gevangenissen zijn partijdigheid en afhankelijkheid van de gevangenisdirectie schering en inslag, want bij een tuchtprocedure is de directie partij en rechter tegelijkertijd (stelt reglementen op en spreekt recht in de procedure). Dit kan en mag uiteraard niet, maar gebeurt toch.
Sinds het begin van de beperkte invoering van de Basiswet, ook de wet Dupont genaamd, in januari 2007, is er heel wat verwarring gerezen omtrent de correcte invoering van art. 108. Artikel dat het “onderzoek aan de kledij” omschrijft en indien nodig, een ‘fouillering op het lichaam’ omschrijft. Voor de volledigheid geef ik dat bewuste artikel hier nog eens weer.......
De Kamer heeft de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtpositie van de gedetineerden (BGRG) aangenomen op 2 december 2004. Het was een historische dag en parlementsleden uit de meerderheid en de oppositie onderstreepten dit ook tijdens de plenaire vergadering. De opdracht was dan ook niet min geweest: de rechtpositie van gedetineerden was gedurende lange tijd sterk onderontwikkeld en vooral zak van de uitvoerende macht. Het proces om dit euvel te verhelpen startte in 1996 toen de toenmalige minister van Justitie Stefaan de Clerck professor Lieven Dupont de opdracht gaf en voorontwerp van beginselwet uit te werken. In september 1997 (!!) rondde Dupont zijn werkstuk af. Daarna boog de commissie “Basiswet gevangeniswezen en rechtpositie van gedetineerden” zich over de proeve van voorontwerp en leverde eind februari 2000 een omstandig verslag af. Vervolgens was het nog vele jaren wachten alvorens het Parlement de stukken vertaalde tot de basiswet zoals we die nu kennen en die op 1 februari 2005 in het Belgische Staatsblad (BS) verscheen (Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden).